Video’s & Blended Learning

Video’s

Wat is Communicatie?

 

Lessen op YouTube

Online Courses

Blended Learning Tools

Advertenties

Meer Informatie over Bronvermelding & APA

Meer informatie over het vermelden van bronnen
Er zijn verschillende manieren om de bron te vermelden, maar APA-style is het meest gangbare.

Hieronder vind je links naar sites waar wordt uitgelegd hoe je bronnen moet vermelden.

Hoe Bronnen Vermelden?

Meer informatie over Bronvermelding & APA

Bronvermelding

  • Bij elk stukje informatie dat je geeft in een werkstuk moet je de duidelijk de bron aangeven. Dit geldt voor een zin, een langere tekst, een illustratie, een tabel, etc.
  • Als de bron niet duidelijk is aangegeven is dit fraude!
  • Als je je illustratie, tabel etc. zelf maakt, maar dit niet vermeldt, dan kan je hiervoor geen waardering krijgen (dan krijg je dus geen hoger cijfer).
  • In de bronnenlijst achterin je rapport komen alléén bronnen die je in de tekst vermeldt. Verwijs daarom in de tekst zoveel mogelijk naar deze bronnen in de bronnenlijst.
  • Vermeld bronnen volgens APA regels.

Citeren

  • Maak duidelijk wat een citaat is door de geciteerde zinnen tussen aanhalingstekens te zetten en het boek:
  • (auteur, jaar van uitgave, pagina waar citaat vandaan komt) erachter te zetten.
  • Bijvoorbeeld: “De capaciteit van het kortetermijngeheugen is beperkt. Om zo goed mogelijk met de beperkte capaciteit te werken, wordt de informatie die uit de sensorische registers komt, door middel van chunking samengevoegd tot begrijpelijke eenheden.” (Riel, 2003, p.96).
  • Als de bron geen boek is maar een tijdschrift, dan zet je dit als volgt achter het citaat:
  • (auteur (jaar van uitgave), pagina waar citaat vandaan komt).
  • Bijvoorbeeld: (Lenconi (2002), p. 115)
  • Je kunt dezelfde informatie ook met behulp van een voetnoot, of eind-noot vermelden; in plaats van dit tussen haakjes achter het citaat te zetten.

Bronnenlijst

In je bronnenlijst moeten de bronnen op alfabetische volgorde van auteur staan. Elke bron waarnaar je verwijst in je tekst moet te vinden zijn in je bronnenlijst!

Elk boek moet als volgt worden weergegeven:

  • Achternaam auteur, voorletter(s) of voornaam (jaar van uitgave), Titel: eventuele ondertitel, Plaats uitgever, uitgever
  • Voorbeeld boek in bronnenlijst: Riel, Cees van (2003), Identiteit en Imago: Recente inzichten in corporate communication – theorie & praktijk; 3e geheel herziene druk, Academic Service, Schoonhoven

In de bronnenlijst vermeld je tijdschriften als volgt:

  • Achternaam auteur, voorletter(s) of voornaam (jaar van uitgave),Titel artikel, in: Titel Tijdschrift, maand, jaar van uitgave, pagina’s.
  • Voorbeeld tijdschrift in bronnenlijst: Lenconi, P. (2002), Make your values mean something, in: Harvard Business Review, July 2002, p. 113-117.

Geef als volgt aan dat informatie komt van een site:

  • Achternaam auteur, voorletters (jaar van publicatie of update). Titel van de publicatie of website. Geraadpleegd op dag.
  • Voorbeelden site in bronnenlijst:

Ook als je een idee van een auteur in eigen woorden weergeeft (parafraseert) of samenvat moet je de bron vermelden op dezelfde manier als hiervoor beschreven.

 

Plan voor Communicatiestrategie: Toelichting

Er zijn heel veel opvattingen over wat er in een communicatieplan moet. Hier heb ik gekozen voor een opzet van een Plan voor Communicatiestrategie waarmee je een communicatiplan kunt maken dat voldoet aan de exameneisen voor Nima Marketingcommunicatie B, of deexameneisen voor Nima Interne en Corporate Communicatie B (die zijn namelijk bijna hetzelfde).

Voor je Bachelor Communicatie scriptie kun je dezelfde opzet gebruiken, maar elke opleiding heeft zijn eigen eisen en die kunnen afwijken van Nima, Zo vereisen bijvoorbeeld de meeste opleidingen meer onderzoek.

Uiteindelijk moet CommunicatieKC een kenniscentrum zijn waar je alle informatie kunt vinden die nodig is voor het correct maken van een communicatieplan dat voldoet aan de exameneisen van Nima of voor een Bachelor Communicatie. Maar hij is nog in ontwikkeling; hopelijk wordt je in ieder geval gemotiveerd om op zoek te gaan naar aanvullende informatie.

Tip:

  • Maak eerst Jouw Communicatieplan van de Eerste Dag voordat je begint aan je definitieve communicatieplan, want dan houd je overzicht; als je meteen begint met je definitieve communicatieplan loop je gevaar dat je de samenhang tussen de onderdelen verliest.

Jouw Communicatieplan van de Eerste Dag

Op de dag dat je begint aan je communicatieplan neem je onderstaand schema door, schrijf bij elk onderdeel alvast voor jezelf op wat je denkt te weten. Zo houd je overzicht. Nadat je onderstaand schema hebt ingevuld (in één dag) begin je aan de onderdelen van het communicatieplan, zoals je elders op deze site kunt vinden.

Jouw Communicatieplan van de Eerste Dag:

Analyseer de organisatie en haar omgeving.

pijltje neerConcludeer het probleem.

pijltje neerAnalyseer welke stakeholder de meeste invloed heeft op het probleem; dit is de primaire doelgroep.

pijltje neerAnalyseer welke mensen invloed hebben op de leden van de primaire doelgroep; hieruit volgen de communicatiedoelgroepen.

pijltje neerAnalyseer welke kennis, houding en voorgenomen gedrag de leden van de communicatiedoelgroepen nu hebben en welke gewenst zijn, plus welke bariëres hen weerhouden van de gewenste kennis, houding en voorgenomen gedrag.

pijltje neerSegmenteer de communicatiedoelgroepen.

pijltje neerStel communicatiedoelstellingen per segment op.

pijltje neerAnalyseer met welke middelen de leden van de communicatiedoelgroepen kunnen worden beïnvloed.

pijltje neerBepaal boodschappen en middelen per segment.

pijltje neerBepaal welke middelen wanneer en waar ingezet moeten worden.

pijltje neerBepaal het budget.

pijltje neerBedenk hoe je gaat evalueren of communicatiedoelstellingen gehaald zijn & hoe je tijdens de campagne evalueert wat er eventueel aangepast moet worden.

SWOT

Lees meer over SWOT:

Belangrijk om te weten:

  1. Sterkten en zwakten zijn positieve en negatieve punten waarop de organisatie zelf invloed kan uitoefenen.
  2. Kansen en bedrijgingen zijn positieve en negatieve punten waarop de organisatie zelf géén invloed kan uitoefenen.
  3. Haar marktaandeel kan de organisatie zelf beïnvloeden en is dus een sterkte/ zwakte.
  4. In de SWOT mogen geen nieuwe punten komen: alle sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen moet logisch voortkomen uit voorgaande analyses. (Deze analyses zullen vaak beschrijvingen zijn van aspecten van de situatie – bijvoorbeeld aan de hand van DESTEP – met daaraan gekoppeld een conclusie van wat kansen en bedreigingen zijn, of sterkten en zwakten.)
  5. Een SWOT-matrix waarin alleen sterkten en zwakten, kansen en bedreigingen staan – zonder voorafgaande analyse waaruit de punten komen – is een opsomming, géén analyse.
  6. Een SWOT-matrix is slechts een begin, maak een confrontatiematrix en kom zo tot strategische opties.

Is de SWOT wel belangrijk voor je communicatieplan?

 

Denk hierbij aan het volgende:

  • Een SWOT-analyse komt uit de marketing en heeft niet altijd nut voor een communicatieplan.
  • Maak geen SWOT-analyse van de organisatie / het merk, als van te voren vaststaat dat je met een communicatieplan hieraan niets kunt veranderen, bijvoorbeeld doordat de organisatorische uitgangspunten worden opgelegd door een moeder-organisatie.
  • Een onderdeel Organisatorische Uitgangspunten, gaat vooraf aan je communicatieplan en is vaak een betere plaats voor de SWOT-analyse, inclusief de Interne Analyse en Externe Analyse.
  • Communicatiedoelstellingen worden enerzijds afgeleid van Organisatiedoelstellingen, anderzijds van Marketingdoelstellingen.
    Organisatie Marketing Communicatie doelen
    Relatie tussen doelstellingen (Michels 2016).

 

Kwantificeren van middelen en effecten

Bij het uitvoeren van je communicatieplan of -advies weet je één ding zeker: je bent je geld kwijt. Wat je níet zeker weet is wat je hiervoor terug krijgt.

Bij het formuleren van de communicatiedoelstellingen heb je vastgelegd op welke effecten je mag afgerekend worden. Met onderzoek kan je meten of de beoogde effecten ook echt gerealiseerd worden. Zo kun je vaststellen of de euro’s die in je communicatieplan of -advies zijn geïnvesteerd zich voldoende terugbetalen in kennis, houding en/ of voorgenomen gedrag bij de doelgroepen.

De communicatiedoelstellingen op tactisch niveau moeten SMART geformuleerd worden. In de doelstellingen moet dus genoemd worden bij hoeveel mensen de kennis moet veranderen (of de houding of het voorgenomen gedrag). Deze doelstellingen moeten afgeleid zijn van de marketingdoelstellingen en/ of organisatiedoelstellingen.

Bijvoorbeeld: om ervoor te zorgen dat 750 scholieren zich inschrijven als student voor onze opleiding, moeten 7500 scholieren een brochure aanvragen (want de conversie van brochure naar inschrijving is 10%). Gedragsdoelstelling: (10 x 750 = ) 7500 aanvragen voor brochures.

Uit ervaring weten we dat de helft van de scholieren die een voorkeur heeft voor onze opleiding, een brochure aanvraagt. Houdingsdoelstelling: (2 x 7500 =) 15.000 scholieren hebben een voorkeur voor onze opleiding.

We weten bovendien dat 60% van de scholieren die onze opleiding kent ook een voorkeur ontwikkelt voor onze opleiding. Kennisdoelstelling: (100/60 x 15.000 = 25.000 scholieren kennen onze opleiding.

Bepaal:

  • Of het budget toereikend is om deze doelen te bereiken.
  • Of het budget niet erg hoog is voor de doelstellingen die je wilt bereiken. Zijn er geen goedkopere alternatieven te bedenken voor het bereiken van hetzelfde effect?

Stel jezelf vragen bij Budget

Stel jezelf de volgende vragen als je het budget hebt vastgesteld:

  1. Wat zou ik extra doen als ik de helft meer budget krijg dan ik heb begroot?
  2. Wat zou ik niet/ anders doen als mijn budget tot eenderde wordt gereduceerd?
  3. Als ik bezuinig zoals bij vraag 2, heeft het dan zin om te realiseren wat ik bij vraag 1 van plan was?

Na het beantwoorden van voorgaande drie vragen wil je misschien je middelenmix en strategie aanpassen.

Afstemmingsmatrix, vanuit Fasen in Beslissingsproces

Afstemmingsmatrix om zelf in te vullen: afstemmingsmatrix v0

Zie ook:

Voorbeeld Afstemmingsmatrix:

Afstemmingsmatrix

Middel-doelketen

Middel doelketenDe middel-doelketen bestaat uit attributen, benefits en waarden in het brein van de ontvanger. Lees verderop meer hierover. Met de Middel-doelketen (ook bekend als means-end-chain) breng je in beeld wat een product/ merk/ organisatie (X) betekent voor de ontvanger. Je wil dit weten omdat je er zo achterkomt waarom leden van de doelgroep X goed vinden of juist slecht vinden. Als je dit weet dan kun je een boodschap bedenken die ervoor zorgt dat ze X goed gaan vinden of blijven vinden.

Onderzoek de middel-doelketen door middel van laddering-interviews. Door diep in de het brein van de leden van de doelgroep te ‘graven’ kom je er namelijk achter wat ze belangrijk vinden: waaraan ze waarde hechten. Als je weet wat ze belangrijk vinden – wat hen motiveert – dan kun je een boodschap ontwikkelen die daarop inspeelt. Bijvoorbeeld, als je te weten bent gekomen dat ze in jouw doelgroep ‘gezondheid’ heel belangrijk vinden, dan kun je een boodschap ontwikkelen die lijkt op: “Je moet X goed vinden, want je wordt er gezonder van.” (Als je te weten was gekomen dat ze ‘prijs’ nóg belangrijker vinden, dan had je boodschap geleken op: “Je moet X goed vinden, want het is goedkoop.”)

De Middel-doelketen bestaat uit drie lagen. De eerste laag (eigenschappen/ attributen) gaat over het product/ merk/ organisatie, de diepere lagen (gevolgen/ voordelen/ benefits & waarden) gaan over wat het betekent voor de ontvanger.

Voorbeeldvragen

  1. Noem de eerste drie merken die bij u opkomen in branche X.
  2. Noem de eerste drie woorden die bij u opkomen als u aan merk Y denkt.
  3. Welke producten / diensten biedt merk Y aan? OF Wat weet u van merk Y? OF Kent u … van merk Y?
  4. Omcirkel de 5 woorden die u het best vindt passen bij merk Y.

→ De 5 woorden zijn bijvoorbeeld kernwaarden van het merk, aangevuld met kernwaarden van concurrenten.

TIP: Maak eerst een mindmap

Voordat je een middel-doelketen tekent kun je beter eerst een mindmap maken. Met een mindmap breng je in een paar minuten in kaart welke associaties je hebt bij een onderwerp.

Nadat je de mindmap hebt getekend is het makkelijker om een meer gestructureerd overzicht te tekenen zoals hieronder.

Eigenschappen/ Attributen:

  • Fysieke producteigenschappen & Psychologische eigenschappen.
  • Eigenschappen van het product/ merk die de ontvanger aan dit product/ merk toekent (attribueert).

pijltje neerGevolgen/ Voordelen/ Benefits:

  • Functionele gevolgen & Psychosociale gevolgen.
  • What’s in it for me? Wat betekent dit voor mij?
  • Welke voordelen heeft dit voor de ontvanger?

pijltje neerWaarden:

  • Domeinspecifieke-, instrumentele- & eindwaarden.
  • Wat maakt het leven waard om te leven?
  • Waarden in het brein van de ontvanger veranderen nauwelijks en koppelt het brein aan de Benefits en Attributen, hieruit ontstaat binnen een seconde een waarde-oordeel: leuk/ niet-leuk.

TIP: Je kan de middel-doelketen gebruiken om een boodschap te bedenken. Namelijk: Welke associaties moet de ontvanger maken met het product/ merk/ organisatie zodat hij een positieve houding krijgt? Als volgt:

  • Bedenk aan welke waarde in het brein van de ontvanger je kan aanhaken met het product/ merk/ organisatie. (Onderzoek eerst welke waarden hij belangrijk vindt.)
  • Bedenk welke eigenschappen van het product/ merk/ organisatie zouden kunnen leiden tot welke voordelen die passen bij deze waarde.
  • Onderzoek welke eigenschappen hij nu al toewijst aan het product/ merk/ organisatie. Onderzoek ook welke voordelen (of nadelen) hij nu al ziet van het product/ merk/ organisatie.
  • Oplossing:
    • Als hij nog geen eigenschappen (of de ‘verkeerde’ eigenschappen) toewijst aan het product/ merk/ organisatie, dan moet de boodschap gaan over de ‘juiste’ eigenschappen. Doel is dus om de ontvanger te ‘leren’ welke eigenschappen horen bij het product/ merk/ organisatie. (Eventueel moet je hem ‘afleren’ om de ‘verkeerde’ eigenschappen toe te kennen aan het product/ merk/ organisatie.)
    • Als hij wel al de ‘juiste’ eigenschappen toekent aan het product/ merk/ organisatie, maar nog niet de ‘juiste’ voordelen eraan verbindt, dan moet de boodschap gaan over de ‘juiste’ voordelen. Doel is dus om de ontvanger te ‘leren’ welke voordelen horen bij het product/ merk/ organisatie. (Eventueel moet je hem ‘afleren’ om de ‘verkeerde’ voordelen/ nadelen toe te kennen aan het product/ merk/ organisatie.)
    • Kies de juiste positioneringsstrategie.

Lees ook: