2. eMarketingstrategie en –planning

← terug naar eMarketing

2a. Analyseren

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.1 op basis van een praktijksituatie1 het distributie-, communicatie-, service- en informatiebeleid van een organisatie analyseren (PV)

2.2 op basis van een praktijksituatie de strategische aandachtsvelden binnen de (e)Marketingoriëntatie van een organisatie vaststellen (PV)

2.3 op basis van een praktijksituatie vaststellen welke van de volgende externe factoren van invloed zijn op de (e)Marketingoriëntatie van een organisatie (PV):

2.3.1 gedragsaspecten van consumenten2 in relatie tot online middelen en kanalen
2.3.2 ICT-thema’s en ICT-ontwikkelingen die van invloed zijn op de logistiek/distributie (zoals Cloudcomputing, SaaS, PaaS en IaaS)
2.3.3 commerciële en service-activiteiten binnen en buiten het directe concurrentieveld
2.3.4 juridische en privacyaspecten in relatie tot promotionele en communicatie-activiteiten

2.4 op basis van een praktijksituatie de waardepropositie van een organisatie binnen het door Chaffey behandelde kader van de valuechain en/of supplychain bepalen (PV)

2.5 op basis van een praktijksituatie het oriëntatie- en koopgedrag van de te identificeren klantprofielsegmenten analyseren (PV)

2.6 op basis van een praktijksituatie vaststellen hoe de relatie van een organisatie met de eindklant is (PV)

2.7 op basis van een praktijksituatie de (mogelijke) impact van multi- en crossmediale ontwikkelingen op de volgende elementen in kaart brengen (PV):

2.7.1 merkvoorkeur
2.7.2 oriëntatiegedrag van consumenten
2.7.3 channelmanagement

2.8 op basis van een praktijksituatie een SOSTAC-analyse voor een organisatie uitvoeren (PV)

2.9 op basis van een praktijksituatie een SWOT-analyse voor een organisatie uitvoeren (PV)

2.10 op basis van een praktijksituatie op basis van het 4C-model een analyse opstellen van de discrepanties tussen een huidige marketingoriëntatie van een organisatie en een toekomstige (e)Marketingoriëntatie (PV)

2.11 op basis van een praktijksituatie op basis van het 5S-model een analyse opstellen van de discrepanties tussen een huidige marketingoriëntatie van een organisatie en een toekomstige (e)Marketingoriëntatie (PV)

2.12 op basis van een praktijksituatie het centrale probleem van een organisatie bij ongewijzigd beleid formuleren (PV)

2b. Strategisch handelen

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.13 beschrijven wat bedoeld wordt met de begrippen Mass Customization, Virtual Integration en Direct Selling (K)

2.14 4 P’s van de marketingmix omzetten naar de 4 C’s (PV)

2.15 op basis van een praktijksituatie op basis van een haalbaarheidsonderzoek uit verschillende strategische opties een beargumenteerde keuze maken voor het oplossen van het centrale probleem (RV)

2.16 op basis van een praktijksituatie beargumenteren welke businessmodellen het meest en welke het minst kansrijk zijn voor een organisatie (PV)

2.17 op basis van een praktijksituatie verschillende strategische opties (bijvoorbeeld een nieuw businessconcept of een financieel model) formuleren voor het oplossen van het centrale probleem, inclusief randvoorwaarden, criteria en suggesties voor wijzigingen in functies, organisatiestructuur of bedrijfsprocessen (PV)

2.18 op basis van een praktijksituatie vaststellen welke verschillende conversiedoelen er gedefinieerd kunnen worden en wat deze inhouden (RV)

2.19 op basis van een praktijksituatie beargumenteren hoe een organisatie de volgende marktbenaderingsstrategieën kan inzetten (PV):

2.19.1 relatiemarketing
2.19.2 retentiemarketing
2.19.3 loyaliteitsprogramma’s
2.19.4 databasemarketing
2.19.5 interactieve marketing
2.19.6 one-to-one marketing
2.19.7 custumer experience management
2.19.8 viral marketing
2.19.9 online advertising (banners, links, e-mail en SEA)
2.19.10 e-mailmarketing
2.19.11 social media marketing

2c. Segmentatie, targeting en positionering

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.20 de fases van het opstellen van een segmentatiestrategie beschrijven (K)

2.21 voorbeelden geven van de technische en organisatorische criteria die gelden voor de toepassing van een segmentatiestrategie (B)

2.22 op basis van een praktijksituatie de markt segmenteren op basis van het oriëntatie-, kanaalvoorkeurs- en koopgedrag van de klanten, conform het Customer Lifetime Value-model (PV)

2.23 op basis van een praktijksituatie een custumer journey met behulp van een persona opstellen (PV)

2.24 op basis van een praktijksituatie binnen de gemaakte segmentering een onderbouwde keuze maken voor één of meer doelgroepen of doelgroepsegmenten waar de organisatie zich op gaat richten met haar eMarketingactiviteiten (PV)

2.25 beschrijven wat de voor- en nadelen zijn van Behavorial Targeting en afgeleide technieken als Re-Targeting (K)

2.26 op basis van een praktijksituatie bepalen welke invloed eMarketing heeft op de online en offline positionering van een organisatie (PV)

2.27 op basis van een praktijksituatie op basis van de uitkomsten van Perceptual Mapping een organisatie adviseren over de gewenste positionering, rekening houdend met de marketingoriëntatie van de organisatie (PV)

2d. Merkbeleid

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.28 op basis van een praktijksituatie bepalen hoe met behulp van digitale kanalen de merkontwikkeling kan worden vormgegeven (PV)

2.29 beschrijven hoe reputatiemonitoring en –management in en via Social Media kan plaatsvinden (K)

2.30 beschrijven wat wordt bedoeld met multimediale merkconsistentie en kanaalconflicten (K)

2e. Productbeleid

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.31 beschrijven wat een lead-user concept (voice of the customer) inhoudt (K)

2.32 op basis van een praktijksituatie de mogelijkheden van co-creation en co-development beschrijven (RV)

2.33 op basis van een praktijksituatie de invloed van digitalisering op het productbeleid van een organisatie (fysiek en virtueel, long tail) bepalen (PV)

2.34 op basis van een praktijksituatie een gedifferentieerd productconcept uitwerken, dat bestaat uit een fysiek, een virtueel en een serviceconcept (PV)

2.35 op basis van een praktijksituatie op basis van een gedifferentieerd productconcept vaststellen welke distributiewijze passend is (PV)

2.36 op basis van een praktijksituatie beargumenteren hoe cross-functionele integratie bij productontwikkeling kan worden ingezet (PV)

2.37 op basis van een praktijksituatie bepalen welke factoren van invloed zijn op adoptie- en diffusieprocessen van nieuwe producten bij tussenhandel, consument en zakelijke afnemers (RV)

2f. Prijsbeleid

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.38 voor- en nadelen van geassocieerde aanbiedingen bij internetaankopen benoemen (K)

2.39 de invloed van digitalisering op het prijsbeleid (klant- en momentgebaseerd en kanaal gebaseerd) beschrijven (K)

2.40 op basis van een praktijksituatie beargumenteren hoe prijsperceptie en klantbinding kunnen worden meegenomen in een prijsbeleid (PV)

2.41 op basis van een praktijksituatie beargumenteren of gekozen moet worden voor een integrale of een gedifferentieerde prijsstelling (PV)

2.42 op basis van een praktijksituatie prijsstellingsmethoden (subscriberbased, timebased, auctionbased rental, veilingen, pay as you go, name your own price) gebruiken bij het opstellen van een prijsbeleid (PV)

2g. Distributiebeleid

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.43 beschrijven welke distributiemethoden mogelijk zijn (K)

2.44 actuele voorbeelden geven van innovatieve distributiemethoden (B)

2.45 op basis van een praktijksituatie de bruikbaarheid van innovatieve distributiemethoden bepalen (RV)

2.46 op basis van een praktijksituatie beschrijven welke ontwikkelingen op het gebied van retail van invloed zijn op het distributiebeleid van een organisatie (RV)

2.47 op basis van een praktijksituatie beargumenteren hoe een organisatie een gedifferentieerde distributie kan organiseren (PV)

2.48 op basis van een praktijksituatie op hoofdlijnen het (e-)fullfillmentbeleid voor een organisatie opstellen (PV)

2h. Communicatiebeleid

De NIMA B eMarketing kandidaat kan:

2.49 het verschil uitleggen tussen Paid, Owned en Earned Media (B)

2.50 op basis van een praktijksituatie bepalen wat de mogelijkheden zijn van online communicatiemiddelen en -kanalen (zoals webvertising, affiliate, mobile, webcare en fora) voor het communicatiebeleid van een organisatie (RV)

2.51 op basis van een praktijksituatie beargumenteren hoe een organisatie in haar communicatiebeleid nieuwe communicatiemiddelen en -kanalen (zoals webvertising, affiliate, mobile, webcare en fora) kan opnemen (PV)

2.52 op basis van een praktijksituatie de mogelijkheden voor het inzetten van social media door een organisatie vaststellen (RV)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Communicatie Kenniscentrum

%d bloggers liken dit: