Auteur: harry

Communicatie, Contentmarketing en Branding op Strategisch, Tactisch en Operationeel niveau

Hieronder vind je een overzicht van begrippen die je kunnen inspireren bij je analyse en onderzoek. Ook kan dit overzicht inspireren bij het bedenken van oplossingen. Klik op de links om er meer over te lezen. Zorg dat alle cellen met elkaar in evenwicht zijn, op elkaar aansluiten en elkaar versterken.

Operationeel

Tactisch

Strategisch

Who

 

Who

 

Who

says what,

says what,

says what,

in which channel,

 

in which channel,

in which channel,

to whom,

 

to whom,

to whom,

with what effect?

 

with what effect?

 

with what effect?

Structureren met:

Structureren met:

Structureren met:

Lees hieronder meer over het waarom achter dit overzicht.

Communicatie, marketing, branding en contentmarketing

Communicatie en marketing groeien steeds meer naar elkaar toe. Beide disciplines houden zich bijvoorbeeld traditioneel ook bezig met Branding (het bouwen van een merk). Hoewel bij marketing vaak de nadruk ligt op consumentenmerken, bij communicatie heeft men het juist meestal over het corporate brand, corporate identity, corporate image en reputatie.

Contentmarketing is daar bij gekomen. Dit gaat aan de ene kant over marketing. Anderzijds zijn content, de verspreiding van content, het selecteren van media en het effectief maken hiervan, zijn typisch onderwerpen waar men in de communicatie kennis en expertise in heeft opgebouwd.

Analyse, onderzoek en oplossing

Analyse en onderzoek zijn nodig om effectieve en efficiënte plannen te maken. Zo moeten bijvoorbeeld de plannen op strategisch, tactisch en operationeel niveau elkaar versterken, maar tegelijk moeten ze inspelen op trends en ontwikkelingen in de maatschappij en op de markt, maar ook op motivaties van de doelgroepen.

In essentie moet je op  zoeken naar het antwoord op de vraag uit Lasswell’s verbale communicatiemodel:

Who says what, in which channel, to whom, with what effect?

Hoewel dit model al vele jaren achterhaald is, kun je het nog steeds zien als de basis voor vele andere visies op communicatie. Ook vormt Lasswell’s model de basis voor vele plannen.

Waarom Lasswell’s model achterhaald, maar tóch bruikbaar is

  1. Lasswell’s model is bijvoorbeeld achterhaald, omdat het geen rekening houdt met allerlei omstandigheden, waardoor de boodschap niet aankomt en / of niet het effect heeft dat jij hoopt. Maar daarover zijn theorieën (bijvoorbeeld over consumentengedrag). Deze theorieën kun je toepassen in je analyses en onderzoeken voor de verschillende stappen in het plan, zo kun je een effectiever en efficiënter plan maken. De onderdelen van het plan zelf kan nog steeds gebaseerd worden op Lasswell’s verbale communicatiemodel.
  2. Bovendien gaat dit model ervan uit dat communicatie één richting op gaat: van de zender naar de ontvanger, waarbij de zender de dominante partij is en bepaalt wanneer de communicatie geslaagd is. In feite is er meestal sprake van feedback of zelfs een dialoog.
  3. Waar het model van Lasswel ook geen rekening mee houdt, is dat communicatie niet alleen gaat over zenden en ontvangen, maar ook over groep-vorming: commun-icatie. Maar je kunt deze groepvorming zien als een lange-termijn effect van communicatie, dus ook daar kun je een plan voor maken, gebaseerd op Lasswell’s model.
  4. Niet in de laatste plaats is Lasswell’s model het model dat veel mensen – dus ook jouw opdrachtgever! – in hun achterhoofd hebben als ze het over communicatie (of contentmarketing) hebben. Hieruit volgen verwachtingen. Dus om een tevreden opdrachtgever te krijgen, en een goede relatie met hem te onderhouden, is het praktisch om in te spelen op zijn verwachtingen.

 

Advertenties

Mediaselectie

Vóórdat je een effectieve en efficiënte mediamix kunt samenstellen moet je media selecteren. Voor deze mediaselectie noemen Floor & Van Raaij de volgende criteria:

  1. bereik
  2. contactfrequentie
  3. kosten
  4. communicatievermogen.

1. Bereik

“het aantal of percentage personen van de doelgroep dat met een mediumtitel wordt geconfronteerd.” (Floor & Van Raaij)

Gemiddeld bereik: “het aantal of percentage personen van de doelgroep dat gemiddeld met een nummer van een blad wordt geconfronteerd.” (Floor & Van Raaij)

Actueel bereik: “het bereik van een mediumtitel in het verschijningsinterval.” (Floor & Van Raaij)

Cumulatief bereik: “geeft aan hoeveel mensen na een aantal nummers of uitzendingen ten minste één van deze nummers of uitzendingen hebben gezien.”(Floor & Van Raaij)

Totaalbereik: “alle personen (…) die in een periode van een jaar wel eens met een mediumtitel worden geconfronteerd (…). Dit is in feite het bereik dat men maximaal kan bereiken.” (Floor & Van Raaij)

Gewogen bereik: “het aantal of percentage personen dat met het medium wordt geconfronteerd, gewogen op basis van een bepaald criterium. Personen tot 35 jaar krijgen bijvoorbeeld een wegingsfactor van 1, terwijl ouderen een weging van 0,5 krijgen.” (Floor & Van Raaij)

TIP:

  • Gebruik TV om snel veel mensen te bereiken. Dit kan met advertenties maar ook met free publicity. Om free publicity te krijgen moet je content opgemerkt worden door journalisten, en dit kan doordat bloggers erover publiceren. Sowieso is het goed om specifieke doelgroepen te bereiken via internet (SEA en SEO) en via social media.

2. Contactfrequentie

Houd als vuistregel aan dat een lid van de doelgroep minstens drie maal met de content geconfronteerd moet worden, vóórdat je er redelijk zeker van kan zijn dat hij deze content echt bewust heeft opgemerkt en onthoudt.

Om ervoor te zorgen dat de doelgroep in contact komt met je content, moet je weten waar de leden van de doelgroep zijn en waar ze naar kijken. Daarvoor kun je onderzoek doen naar touchpoints.

Soms is een lage contactfrequentie voldoende, bijvoorbeeld:

  • uniek aanbod
  • aankondiging van evenement
  • opening van winkel
  • start van de uitverkoop.

Meestal is een hogere contactfrequentie nodig. Floor & Van Raaij stellen dat een hoge contactfrequentie in het algemeen nodig is voor:

  • “het opbouwen van merkbekendheid
  • de introductie van een nieuw merk
  • een merk met een geringe consumententrouw
  • een productcategorie waarvoor de consument in principe weinig belangstelling heeft
  • een merk met een hoge aankoopfrequentie
  • een merk dat gevoelig is voor impulsaankopen
  • een merk dat op de plaats van verkoop veel concurrentie ondervindt van andere merken
  • een merk met een ingewikkelde reclameboodschap.” (Floor & Van Raaij)

3. Kosten

Je kunt op verschillende manieren kijken naar de mediakosten:

Absolute kosten: de tarieven voor adverteren in een bepaald medium.

Kosten per GRP (Gross Rating Point). GRP staat voor 1% kijkdichtheid onder Nederlandsers van 13 jaar en ouder. Het gaat hier om een brutobereik (inclusief doublures), daarom is het aan GRP’s dat nodig is om de doelgroep te bereiken meestal groter dan 100.

Kosten per 1000: per mediumtitel berekend hoeveel het bereik kost per 1.000 personen uit de doelgroep. Bijvoorbeeld: Advertentie kost €30.000, hiermee bereik je 100.000 personen van de doelgroep (dit zijn 100 x 1.000 personen); dan zijn de kosten per 1.000 leden van de doelgroep: €30.000 / 100 = €300 per 1.000 personen.

4. Communicatievermogen

Je kan ‘glamour’ niet overbrengen met een huis-aan-huisblad. In een papieren advertentie kun je niet laten horen hoe goed het nieuwste nummer van een artiest is, wél kun je in een papieren advertentie overbrengen hoe aantrekkelijk deze artiest is en je kan de lezer aanzetten om het nummer te beluisteren via internet.

Elk medium heeft zijn beperkingen en mogelijkheden om content over te brengen. Dit noemen we communicatievermogen van een medium en dit hangt af van:

  • “de technische eigenschappen
  • de context van het medium
  • de confrontatiesituatie
  • de binding met het medium.” (Floor & Van Raaij)

Rol van de communicatieprofessional

In de tijd dat het communicatievak gedomineerd werd door massamedia was het de rol van de communicatieprofessional om de opdrachtgever zo goed mogelijk te helpen zenden. Je was meestal een soort reclameman, ook als je in de voorlichting of PR werkte, je moest namelijk de goede boodschap van je opdrachtgever in de media zien te krijgen. In het tijdperk van ‘zenden’ moesten mensen vertrouwen op merken en autoriteiten die ze niet persoonlijk kenden.

Onze tijd draait om ‘interactie‘, in plaats van om ‘zenden’. Hier gaat het om interactie tussen de organisatie en de leden van de doelgroepen, maar ook om interactie tussen de leden van de doelgroepen onderling: ‘social’ is het kernwoord. Mensen geloven vooral wat ze horen van andere mensen die ze kennen en vertrouwen. Mensen geven nu zelf betekenis aan wat ze ervaren, daar hebben ze geen merk of autoriteit meer voor nodig. Als communicatieprofessional kun je dit proces van zingeving hoogstens bijsturen, maar je kan het niet meer domineren, zoals in het tijdperk van het zenden.

Van ‘reclameman’ naar ‘contentmarketeer’

De rol van de communicatieprofessional verschuift van ‘reclameman’ naar ‘contentmarketeer’. De contentmarketeer kijkt voortdurend kritisch naar zijn opdrachtgever en brengt verhalen naar buiten, maar onderhoudt ook interactie met leden van alle stakeholders.

Lees meer:

Piramide van C modellen

Contentmarketing

Contentmarketing: klanten werven en binden met relevante informatie. (Visser 2015, p229)

Content marketing is the marketing and business process for creating and distributing relevant and valuable content to attract, acquire, and engage a clearly defined and understood target audience – with the objective of driving profitable customer action.” – Deze definitie is te vinden op CMI en wordt veel gebruikt.

Content marketing is the art of understanding exactly what your customers need to know and delivering it to them in a relevant and compelling way.” – Staat in één van de eerste boeken over Content Marketing:

 

Overeenkomsten contentmarketing en free publicity

Contentmarketing en free publicity staan dicht bij elkaar, overeenkomsten zijn:

Verschil is vooral dat bij contentmarketing de nadruk ligt op online en bij free publicity op offline, maar free publicity is vaak ook voor een groot gedeelte online en ook contentmarketing heeft meestal een relatie met gebeurtenissen in de offline wereld. (Beiden zijn dus crossmediaal.)

Meer over contentmarketing op Communicatie KC:

Klik door naar:

Employee Advocacy

Bij Employee Advocacy (of Employee Engagement) gaat het erom dat een organisatie haar eigen medewerkers – en hun netwerken – inzet om content te genereren in (social) media. Het kan dus bijdragen aan Free Publicity. Het is aan te raden om hen hierbij wel te ondersteunen, zodat ze een boodschap uitdragen die past bij de gewenste identiteit van de organisatie en haar merken.

Waarom Employee Advocacy kan werken

Mensen praten graag met andere mensen, echte mensen, en ze vertrouwen mensen die op henzelf lijken, zoals vrienden in hun netwerk. Vandaar dat Employee Advocacy kan werken. De medewerkers moeten natuurlijk wel écht enthousiast zijn, ze moeten niet gehersenspoeld worden of het gevoel krijgen dat ze alleen maar worden ingezet als medium om de boodschap van de organisatie uit te dragen.

Hoe je Employee Advocacy kan stimuleren

Faciliteren van de medewerkers is belangrijk: stel hen in staat om makkelijk informatie te vinden over de organisatie en haar merken en help / train hen eventueel met het gebruik van social media.

Motiveren is minstens zo belangrijk, vooral intrinsiek. Voordelen voor de medewerker kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • profileren als expert
  • zichtbaarheid vergroten
  • eigen netwerk uitbreiden.

Lees ook op Communicatie KC:

Klik door naar:

Online marketing, E-commerce, E-business

300425p483EDNMain5979789001850951Wat is het verschil tussen Online marketing, E-commerce en E-business? In hun Basisboek Online Marketing schrijven Visser & Sikkenga het volgende (pagina 12):

Online Marketing

  • “een proces waarbij organisatie s en bestaande of potentiële klanten via internet waarden en producten creëren en met elkaar uitwisselen.”
  • “Internetmarketing, digitale marketing of e-marketing zijn synoniemen voor online marketing.”

E-commerce

  • “Bij e-commerce gaat het om de verkoop van producten of diensten via internet.”
  • “Veel organisaties benaderen hun klanten wel via internet, maar verkopen hun producten niet online. Dan is er wel sprake van online marketingcommunicatie, een onderdeel van online marketing, maar niet van e-commerce.”

E-business

  • “ondernemen met behulp van digitale technieken.”
  • “E-business is een breder begrip dan online-marketng en e-commerce. Het gaat in e-business niet alleen om de interactie met markten, maar om het adequaat inrichten van alle processen die de organisatie in staat stellen om haar producten te maken of diensten te verlenen.”

Waarom outside-in belangrijker wordt

Outside-in denken wordt belangrijker naarmate de macht meer verschuift richting het individu.

De macht verschuift naar het individu

Door de Industriële Revolutie ontstond massaproductie. Met massaproductie ontstond behoefte – bij de producenten – aan massaconsumptie. Massaconsumptie kon goed worden aangejaagd met massacommunicatie, via massamedia. Bedrijven produceerden dus producten en boodschappen en stuurden die naar de massa.

Intussen is de massa echter uit elkaar gevallen in groepen en subgroepen. En het medialandschap is gefragmenteerd, waardoor iedereen voortdurend allerlei berichten via allerlei media krijgt. Er is allang niet meer één radio voor een halve straat; mensen zingen of fluiten nog zelden zelf een lied tijdens het werk.

Iedereen kan nu berichten verspreiden via internet, bijna iedereen kan zelf energie produceren. Kleinschalige productie is in opkomst en mensen werken steeds minder voor een baas. De macht verschuift dus naar het individu.

Tijd verschuift van werk naar leven

In een een tijd dat de macht ligt bij grote organisaties, kunnen deze organisatie hun wil opleggen aan het individu. Dan kunnen ze individuen binden aan een merk, aan een organisatie. Dan kunnen ze mensen onderwerpen aan industriële werktijden: van 9 tot 5, en dat 5 dagen per week.

Maar als de macht ligt bij het individu, dan wordt het belang van het individu belangrijker. Is het in haar belang om trouw te zijn aan een merk, of om heel lang bij een organisatie te werken? Misschien wil ze wel onafhankelijk van tijd en ruimte leven, waarbij het verschil tussen werk en privé minder belangrijk wordt. Thuis werken, op vakantie werken, levenslang vakantie houden.

Organisaties en merken moeten relevant gevonden worden, anders kunnen ze geen werknemers aantrekken en vasthouden, of producten blijven verkopen. Initiatieven van onderop (bottom-up) of van buiten de organisatie (outside-in) worden belangrijker.

Voorbeelden van outside-in / bottom-up ontwikkelingen en initiatieven:

  • Digital nomads zijn in opkomst.
  • Microbrouwerijen zijn in opkomst.
  • Unilever ontwikkelde altijd eigen consumentenmerken, maar gaat voor het eerst co-branding aan met Vegetarische Slager.
  • Individuele student – Boyan Slat – ontwikkelt een initiatief om plastic soup op te ruimen (dus niet een grote organisatie zoals de UN, Greenpeace of Shell).
  • Individuele kunstenaar – Peter Westerveld – ontwikkelt een initiatief om de oprukkende woestijn een halt toe te roepen (dus niet een grote organisatie.)

Communicatie & Branding Plan

Met onderstaand Communicatie & Branding Plan maak je een Strategisch Communicatieplan. Het is géén stappenplan, je kunt aan verschillende onderdelen tegelijk en iteratief werken, zorg ervoor dat er uiteindelijk een balans is tussen de verschillende onderdelen. Gebruik een plan om je creativiteit te structureren.

Klik op de onderdelen en beantwoord de vragen bij elk van de onderdelen.

 Org uitgangspunten
 Inside out  Confronteren  Outside in
 Overbruggen
 Realiseren

Aanwijzingen bij het Communicatie & Branding Plan

  • Zorg voor balans tussen enerzijds inside-out / top-down en anderzijds outside-in / bottom-up.
  • Verticale consistentie:
    • Zorg ervoor dat de verschillende onderdelen met elkaar samenhangen en elkaar niet tegenspreken.
    • Zorg ervoor dat het organisatieniveau logisch leidt tot het strategisch niveau, en dat dit logisch leidt tot het tactisch niveau en operationeel niveau.
  • Horizontale consistentie: zorg ervoor dat de onderlinge intern samenhangen: het antwoord op de ene vraag mag bijvoorbeeld niet het antwoord op een andere vraag tegenspreken.

Waarom is de combinatie van Communicatie en Branding belangrijk?

Communicatie gaat traditioneel over het zenden van de juiste boodschap, via de juiste kanalen, naar de juiste doelgroepen, met het juiste effect.

Daar is bijgekomen dat je merk moet worden gevonden, en dat het wordt leuk gevonden. Zodat anderen goed over je praten. Daarvoor moet je merk aantrekkelijk zijn.

De traditionele opvatting over communicatie (zie hiervóór) is al tientallen jaren achterhaald. Het gaat hierbij alleen over een op korte termijn meetbaar effect. Op deze manier wordt ‘communicatie’ nog steeds gezien als iets voor de korte termijn, en iets dat in dienst staat van marketing en beleid.

Maar, de boodschap komt niet over als de doelgroep geen aandacht heeft voor je uiting, en voor die aandacht is de afzender belangrijk. Die afzender kan een kennis zijn, maar ook een merk. Dat merk kent de doelgroep door eerdere ervaringen met dat merk. En die ervaringen zijn vaak berichten en verhalen die men hoort en meemaakt.

Dus, wat je op korte termijn doet met communicatie, heeft effect op de beleving van het merk op de langere termijn en daarmee op de aandacht die het merk zal krijgen van de doelgroep, op de korte termijn. (Zie ook: De Nieuwe Communicatieprofessional.)

Verantwoording

De onderdelen van dit Communicatie & Branding Plan, en de vragen bij elk onderdeel, heb ik ten eerste gebaseerd op de beoordelingscriteria voor het rapport dat je moet maken voor het examen Nima B Marketingcommunicatie en Nima B Corporate Communicatie (deze criteria zijn vrijwel identiek). Ten tweede ben ik uitgegaan van mijn ervaring als hogeschooldocent bij diverse communicatieopleidingen.

Bekijk ook: Theorieën en Modellen in Communicatieplan.

Outside-in / Bottom-up

Outside inKort gezegd: Gedacht vanuit doelgroep.

Kern: Hoe kan de organisatie / het merk helpen het probleem van een doelgroep op te lossen?

Maak dit onderdeel van het Communicatie & Branding Plan, door de volgende vragen te beantwoorden:

  • Welke mensen vormen de doelgroep? Waarom is dit de belangrijkste doelgroep?
  • Wat zijn relevante kenmerken van doelgroepen, en segmenten?
  • Hoe ziet de omschrijving van de persona er uit? (Voor elke doelgroep / segment.)
  • Wie zijn directe en indirecte concurrenten, volgens de doelgroep?
  • Wat is de positie t.o.v. concurrentie, volgens de doelgroep? (Geef dit bijvoorbeeld weer met een positioneringsmatrix volgens de outside-in benadering.)
  • Wat zijn sterkte en zwakke eigenschappen van het merk, volgens de doelgroep?
  • Welke waarden vinden de leden van de doelgroep belangrijk? Wat motiveert de doelgroep? Wat trekt de ontvangers aan? (Onderzoek dit dmv laddering interviews.)
  • Wat vindt de doelgroep aantrekkelijk in campagnes van andere merken? Denk hierbij bijvoorbeeld aan: Tone-of-voice, visuele stijl, endorsement door sterren, etc.
  • Wat is de doelgroep bijgebleven van de voorgaande campagnes van het merk van de opdrachtgever?
  • Welke media gebruiken de ontvangers?
  • Wat zijn mogelijke touchpoints?
  • Wie zijn mogelijke beïnvloeders? (Beschrijf hiervoor de Rollen in het Beslissingsproces.)
  • Hoe kan gedragsverandering gestimuleerd worden?
  • Wat zijn volgens jou relevante Trends voor de doelgroep?

Inside-out / Top-down

Inside outKort gezegd: gedacht vanuit de organisatie / het merk.

Kern: Hoe kan een doelgroep helpen om het organisatieprobleem op te lossen?

Maak dit onderdeel van het Communicatie & Branding Plan, door de volgende vragen te beantwoorden:

Vragen over het Strategisch niveau:

  • Geredeneerd vanuit de organisatie / het merk: wie zijn de belangrijkste stakeholders? (Maak hiervoor een krachtenveldanalyse.)
  • Wie zijn directe en indirecte concurrenten, volgens de opdrachtgever?
  • Wat is de positie t.o.v. concurrentie, volgens de opdrachtgever? (Geef dit bijvoorbeeld weer met een positioneringsmatrix volgens de inside-out benadering.)
  • Wat wil de organisatie / het merk vertellen?
    1. Vraag aan de opdrachtgever bijvoorbeeld wat de kernboodschap is, welke profilering, positionering of propositie het merk kiest.
    2. Beschrijf bovendien missie, visie, kernwaarden (en vermeld de bron waaruit je deze hebt, want op verschillende plekken kan iets anders staan.)
    3. Er kan een gap (kloof) bestaan tussen wat je vindt bij 1. en bij 2. Geef aan wat eventueel het verschil is tussen wat men zegt en wat men schrijft.
  • Welke belangrijke trends in de maatschappij en / of markt ziet de opdrachtgever?
  • Wat is het organisatieprobleem dat de opdrachtgever / organisatie / merk wil oplossen met communicatie?
  • Wat is de communicatieprobleemstelling bij aanvang (volgens de opdrachtgever)?*

Om de volgende vragen te beantwoorden kun je beter eerst de vragen beantwoorden over het Tactisch en Operationeel Niveau.

Hoe ziet de Identity Mix eruit van het merk / de organisatie? Beantwoord hiervoor de volgende vragen:

  • Welke middelen (2D, 3D, 4D) gebruikt de organisatie / het merk? (Beperk je tot de middelen waarmee men de doelgroep iut deze case wilde bereiken.)
  • Welke boodschap zendt de organisatie / het merk uit: verbaal / woorden en visueel / design? Ofwel: Wat was in het algemeen de propositie in voorgaande campagne(s) (online & offline)?
  • Welke boodschap zendt de organisatie / het merk uit: met haar gedrag / daden?
  • Wat is de kern (kernwaarden, merkpersoonlijkheid)?

 

Vragen over het Tactisch en Operationeel niveau:

De volgende vragen gaan over de online content.

De volgende vragen gaan over een concrete campagne of concreet middel.


* De communicatieprobleemstelling komt op minstens twee plaatsen voor. Aan het begin van het project heeft men namelijk wel een idee van wat het communicatieprobleem is, maar na voorbereidend onderzoek en analyse kun je pas precies bepalen wat het communicatieprobleem is dat je kunt gaan helpen oplossen.