Alle berichten door harry smals

Theorie – Deelvraag – Interviewvraag / Enquêtevraag

Vanuit je Theoretisch Kader kun je deelvragen concluderen; zo worden de deelvragen onderbouwd en kun je verdedigen WAAROM je jouw tijd – én die van respondenten – moet besteden aan het beantwoorden ervan d.m.v. onderzoek. De deelvragen operationaliseer je naar interviewvragen, enquêtevragen etc.

Een overzichtje zoals hieronder maakt het voor de lezer van je onderzoeksrapport duidelijk waarom een bepaalde interviewvraag of enquêtevraag gesteld moet worden, dus waarom jij en de respondent daaraan tijd moeten besteden. Bovendien is het zo duidelijk of je wel de juiste vragen stelt om te onderzoeken wat je wilt onderzoeken; ofwel dit draagt bij aan de validiteit van je onderzoek.

Theorie Deelvraag Interviewvraag / Enquêtevraag
Domino van COM effecten

& Doelgroepsegmentatie op merkspecifiek niveau

Wat weet / gelooft de doelgroep over X? • Kent u X?

• Wat weet u over X?

• Waar denkt u aan bij X?

Hoe voelt de doelgroep over X? • Wat vindt u van X?
Hoe gedraagt de doelgroep zich tov X? • Koopt u wel eens X?

• Raadt u anderen wel eens X aan?

Lees ook op Communicatie KC

Advertenties

Merk onderzoeken met Top 7

Wil je advies geven over hoe het Merk zich moet ontwikkelen met de Identity Mix? Dan is het verstandig om eerst onderzoek te doen. Hieronder lees je hoe je dit doet met behulp van de Top 7 methode..

Onderzoek Identity Mix met behulp van de Top 7

  1. Identity Mix - www.CommunicatieKC.com
    Identity Mix – http://www.CommunicatieKC.com

    Analyseer welke woorden vóórkomen in de Kern. Dit doe je door Missie, Visie en Kernwaarden onder elkaar te zetten en de kernwoorden hieruit op een rijtje te zetten. Dit zullen ongeveer 7 woorden zijn. Zet het belangrijkste woord op 1, het één na belangrijkste op 2, etc. Zo vat je de Kern samen in een Top 7 voor de Kern. Deze kernwoorden zouden terug te vinden moeten zijn in Woorden, Daden en Design.

  2. Selecteer nu de middelen waarmee het merk zich wil presenteren aan de doelgroep. Pas hierop Tekstanalyse toe. Zo kun je concluderen wat de belangrijkste Woorden zijn waarmee het merk zich richt op de doelgroep. Dit is de verbale boodschap en deze kun je samenvatten in een Top 7 voor Woorden. Nu kun je concluderen of deze Top 7 past bij die van de Kern; zo niet, dan is er een GAP en geeft het merk in haar woorden niet de boodschap die ze wil geven.
  3. Dezelfde middelen analyseer je met behulp van Semiotische Analyse. Op basis daarvan kun je concluderen met welke begrippen het merk zich door middel van Design richt op de doelgroep. Dit is de visuele boodschap en deze kun je samenvatten in een Top 7 voor Design. Concludeer ook hier of er een GAP is met de Kern.
  4. Wat doet het merk écht voor de doelgroep? Wat kun je hierover lezen in de media? Let hierbij bijvoorbeeld op MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen), beloning van managers, etc. Met welke producten richt het merk zich op de doelgroep? Wat zegt dit over het merk, welke boodschap zendt het merk hiermee uit? Idem voor prijs en plaats. De antwoorden op deze vragen kun je samenvatten in een Top 7 voor Gedrag, dit is de non-verbale boodschap. Ook hier kun je concluderen of er een GAP is met de Kern.
  5. Ten slotte zet je de Top7 van Kern naast die van Woorden, die van Daden, die van Design. Zo zie je of er een GAP is tussen Woorden & Daden, of er een GAP is tussen Woorden & Design, of tussen Design & Daden. Ook zie je of in Woorden, Daden en Design invulling wordt gegeven aan de Kern. Zo kun je concluderen of de oppervlaket in overeenstemming is met de Kern.

Onderzoek ook het Image

  1. Interview de leiding van het merk en onderzoek zo welke richting zij op willen met het merk. Zo achterhaal je het door de leiding Gewenste Image. Vat dit samen in kernwoorden, dit is de Top 7 van het Gewenst Image.
  2. Interview de doelgroep en onderzoek zo het bestaande Image: Wat zijn associaties die de doelgroep heeft met het merk. (Als je meer ervaring hebt, dan kun je hiervoor laddering-interviews gebruiken.) Vat deze samen in een Top 7 van het Image.

Adviseren met behulp van Top 7

Zet nu de Top 7 van het Image naast die van de Top 7 van het Gewenst Image. Concludeer of er een GAP is en wat volgens jou het Gewenst Image zou moeten zijn.Lees bij de Top 7 Methode wat je in het geval van een GAP kunt adviseren.

Voor het herpositioneren van een merk kan de Identiteit – Merk Conversation starter  van Stephan Ummelen nuttig zijn.

In plaats van woorden, kun je ook plaatjes gebruiken:

Lees op Communicatie KC ook:

Marketingbril vs Communicatiebril

Opdrachtgevers kijken vaak door een ‘marketingbril’: ze benaderen een probleemsituatie met begrippen, concepten, modellen, theorieën die te maken hebben met marketing. Ze verwachten dan ook vaak een soort marketingplan. Als communicatiedeskundige lever je echter een communicatieplan. Laat je niet verleiden tot het maken van een marketingplan, want dat wordt waarschijnlijk een slecht marketingplan. Richt je op een goed communicatieplan.

Marketing vertalen naar communicatie

Onderstaande begrippenlijst kun je gebruiken om marketingbegrippen, concepten, modellen, theorieën te vertalen naar vergelijkbare begrippen etc. uit de communicatie. Hiermee kun je de verwachtingen van de opdrachtgever bijstellen: hij krijgt van een communicatiedeskundige een communicatieplan, geen marketingplan.

Marketing

Communicatie

Bedrijf,  organisatie, organisatieniveau Merk, merkniveau
Strategisch marketingplan Strategisch communicatieplan
Interne analyse, externe analyse, swot analyse Inside-out analyse, outside-in analyse, gap-analyse
Marketingdoelgroep Communicatiedoelgroep
Consument Ontvanger
Behoefte Motivatie
Operationeel marketing plan (gericht op Marktbewerking) Campagneplan (gericht op Free Publicity, Marketingcommunicatie, Interne Communicatie, Arbeidsmarktcommunicatie, etc.)
Marketing-mix Identity mix
Actie → Reactie.

Investering in acties leidt tot rendement; Return On Investment (ROI).

Hier is veel spraakverwarring, want marketing richt zich op beïnvloeding van daadwerkelijk (koop)gedrag, en hiervoor wordt de marketingmix ingezet. Communicatie gaat – gezien door de marketingbril – alleen over promotion. Voor het beïnvloeden van daadwerkelijk gedrag moet je niet alleen communiceren, maar ook belonen en straffen, bijvoorbeeld met prijs. Communicatie richt zich daarom ‘slechts’ op beïnvloeding van het brein. Vandaar dat een van de sterkste communicatie-instrumenten Story telling is.

Zenden boodschap x → Ontvangen boodschap y → effect

Drie dingen leiden hier tot verwarring. Ten eerste betekent het maken van middelen niet automatisch dat de bedoelde boodschap ook de ontvangen boodschap is. Zelfs als de ontvangen boodschap precies is wat je wilde zeggen, zelfs dan betekent dat niet dat dit het effect oplevert dat jij wilt. (Het is je bijvoorbeeld gelukt om je te positioneren als ‘redelijke kwaliteit voor een redelijke prijs’, maar dat is precies waarom klanten wegblijven, want ze willen óf goedkoop óf duur.)  En ten slotte mag je van communicatie verwachten dat het invloed heeft op kennis, houding en / of voorgenomen gedrag, maar dit is moeilijk rechtstreeks te meten aan de kassa, hoogstens kun je indirect effect meten met KPI’s.

Bij communicatie gaat het dan ook niet alleen om direct resultaat, maar ook om interactie en het onderhouden van een relatie, waaruit iets kan voortkomen (verkoop, solliciteren, etc.).

Nadruk op feiten, cijfers, kwantitatief onderzoek. Nadruk op perceptie, taal, story telling, content, kwalitatief onderzoek.
Marketing strategie Communicatiestrategie
Marketing is meer dan Sales Communicatie is meer dan Promotie
Positioneren: Marktpositie Positioneren: Breinpositie

Overeenkomst tussen Marketing en Communicatie

Organisatie Marketing Communicatie doelen
Relatie tussen doelstellingen (Michels 2016).

Marketing en Communicatie houden zich allebei bezig met de relatie tussen doelgroepen en de organisatie. (Zie ook: Relatie Marketing & Communicatie)

Beantwoord in je Theoretisch Kader bijvoorbeeld de volgende vragen

Concludeer uit je Theoretisch Kader welke informatie je mist om dit concrete communicatieprobleem op te lossen. Vaak zal je bijvoorbeeld het bestaande image moeten onderzoeken en de touchpoints. (Na je onderzoek & analyse kun je bedenken welke aanpak je kiest om het probleem op te lossen. Hiervoor is creativiteit nodig en eventueel een creatief concept.)

Wat is een Theoretisch Kader?

Je Theoretisch Kader is de manier waarop je naar een situatie kijkt:

  • Een soort ‘bril’ waarmee je scherp stelt op bepaalde aspecten van de werkelijkheid.
  • Het ‘handboek’ dat je zelf schrijft voor het oplossen van een probleemsituatie.

Op basis van je Theoretisch Kader kun je eventueel een Conceptueel Model ontwikkelen. Een Conceptueel Model geeft de relatie tussen factoren. Het geeft aan hoe de ene factor de andere factor kan beïnvloeden, zo kun je begrijpen hoe een probleem ontstaat en hoe het kan worden opgelost.

Theoretisch Kader is als een bril

Bril HS apr18 KleinAls je naar een mens kijkt vanuit een medisch theoretisch kader, zal je naar andere aspecten kijken dan als je naar dezelfde mens kijkt vanuit een psychologisch theoretisch kader. Kijk je naar deze persoon met een ‘marketing-bril’, dan kijk je bijvoorbeeld naar de mens als consument. Kijk je naar hem met een ‘communicatie-bril’ dan zie je hem als ontvanger.

Analyseren, begrijpen en oplossen: zoeken naar beïnvloedende factoren

Ontwikkel een theoretisch kader dat zo goed mogelijk past bij de specifieke situatie die je gaat onderzoeken en waarover je gaat adviseren. Dit doe je door theorieën en modellen te zoeken die je kunnen helpen bij het analyseren en begrijpen van de situatie. Bij dit analyseren en begrijpen van de situatie ben je op zoek naar welke factoren invloed hebben op het ontstaan – en oplossen – van het probleem. Als je namelijk weet welke factoren welke invloed hebben op het ontstaan – en oplossen – van het probleem, dan kun je adviseren welke factoren beïnvloed moeten worden om het probleem op te lossen. Als je al deze factoren in één schema zet dan ontstaat een Conceptueel Model.

Van impliciet naar expliciet

Het Theoretisch Kader gebruik je onbewust (impliciet) om dingen te begrijpen. Jij denkt bijvoorbeeld dat het probleem op een bepaalde manier met communicatie kan worden opgelost, omdat jij gelooft dat communicatie zo werkt. Maar iemand anders – de opdrachtgever, je docent – heeft misschien een ander idee over hoe communicatie werkt en gelooft dus in een andere oplossing.

Je moet het met elkaar eens worden over wat de beste oplossing zal zijn. Daarom moet je de anderen overtuigen van jouw gelijk – en naar de anderen luisteren, want misschien hebben zij wel gelijk. Dit doe je door expliciet te maken wat je impliciet gelooft.

Zolang het Theoretisch Kader onbewust in je hoofd zit is het impliciet. Zodra je het opschrijft is het expliciet en kunnen anderen het lezen. Als ze het met je theoretisch kader eens zijn, gaan ze op dezelfde manier naar de situatie kijken als jij en zullen ze het eens zijn met je analyse en oplossing.

Het expliciet maken (opschrijven) van je Theoretisch Kader is niet zo makkelijk, want je bent jezelf meestal niet bewust van je overtuigingen. Als je de theorieën en modellen gaat opschrijven, kom je er vaak achter dat je eigenlijk niet precies weet welke het best past bij deze specifieke situatie. Dit is niet zo vreemd, want een model of een theorie is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid – zoals een landkaart een vereenvoudigde weergave is van een landschap.

Ontwikkelen van Theoretisch Kader is een Iteratief proces

Vaak kom je er pas tijdens het doen van je onderzoek achter welk model of theorie het beste past bij de situatie. Dit komt doordat je tijdens je onderzoek steeds beter gaat begrijpen waardoor het probleem veroorzaakt wordt en hoe het opgelost kan worden. Het ontwikkelen van je theoretisch kader en conceptueel model is daarom een iteratief proces: je stelt een zo goed mogelijk theoretisch kader en conceptueel model op voordat je aan je onderzoek begint, en tijdens je onderzoek stel je het eventueel bij.

Concluderend:

  • Met je Theoretisch Kader analyseer je de probleemsituatie. Op basis van deze analyse concludeer je de Probleemstelling, de Doelgroepen en de Doelstellingen.
  • Je Theoretisch Kader is zodoende sturend voor het advies dat je uiteindelijk zal geven.
  • Een goed Theoretisch Kader is een goede basis voor een goed onderzoek en een goed advies. Een slecht Theoretisch Kader leidt waarschijnlijk tot een slecht/ niet zo nuttig onderzoek en een slecht/ niet zo nuttig Advies.
  • Uit je Theoretisch Kader volgt welke aspecten en kenmerken je gaat onderzoeken. Deze kun je weergeven in een Conceptueel Model.
  • Uit je Theoretisch Kader en Conceptueel Model kun je daarom deelvragen concluderen. Vervolgens kun je bedenken met welke methoden en met welke bronnen je de deelvragen kunt beantwoorden. Zo ontstaat de structuur van je rapport.
  • Uit je Theoretisch Kader volgt zodoende je Onderzoeksontwerp.

Gebruik van bronnen

In een rapport gebruik je meestal diverse bronnen, vooral in je Theoretisch Kader. Hier volgen enige tips voor het gebruik van bronnen.

  • Gebruik meerdere bronnen om een begrip te beschrijven en concludeer welke beschrijving jij kiest en waarom. Of formuleer zelf een nieuwe beschrijving op basis van die bronnen.
  • Geef altijd duidelijk aan welke bronnen je hebt gebruikt.
  • Gebruik hiervoor APA.
  • Gebruik bronnen met zo veel mogelijk autoriteit op het gebied van het begrip. Dus als je ‘boodschap’ beschrijft, gebruik dan een boek over communicatie en niet een woordenboek. Een handboek of leerboek heeft minder autoriteit dan bijvoorbeeld een managementboek of een wetenschappelijk artikel over communicatie. Boeken over bijvoorbeeld onderzoek of over marketing hebben minder autoriteit over een communicatiebegrip zoals ‘ boodschap’ dan een boek over communicatie.
  • Geef altijd de originele bron. Op Communicatie KC worden bijvoorbeeld andere auteurs aangehaald, verwijs dan naar de originele bron.

Let op het volgende bij het ontwikkelen van je Theoretisch Kader

Als je je Theoretisch Kader ontwikkelt is het belangrijk dat je de volgende dingen in de gaten houdt:

  • Het is belangrijk dat je meedenkt met je opdrachtgever, dit betekent dat je niet altijd precies doet wat hij zegt, maar zélf ook nadenkt. Je mag dus wat tegenspel geven.
  • Je kunt tegenspel geven door outside-in te denken. Concreet betekent dit bijvoorbeeld:
    •  bedenk welke welke middelen je moet gaan inzetten door een analyse te maken van touchpoints.
    • breng in kaart welke concurrenten de doelgroep ziet en neem niet klakkeloos over wat de opdrachtgever ziet als concurrenten. Je kunt dit bijvoorbeeld in kaart brengen door middel van een positioneringsmatrix.
  • Vermijd subjectieve begrippen zoals ‘goed’, ‘slecht’, ‘mooi’, ‘lelijk’, ‘gunstig’, ‘ongunstig’. Maak deze begrippen objectief meetbaar, geef dus criteria waaraan je kunt afmeten of iets goed / mooi / gunstig / etc. is. Bijvoorbeeld: deze steekproef uit de doelgroep vind dit mooi. Vaak kun je theorieën, concepten, modellen gebruiken om dit soort criteria te vinden.

Wat staat er in je theoretisch kader?

Zet in je Theoretisch Kader het volgende:

  • Beschrijving van de belangrijkste theoretische begrippen.
    • Beschrijf in ieder geval de begrippen die vóórkomen in de centrale vraagstelling / probleemstelling.
    • Beschrijf alleen begrippen waarvan je theorieën, modellen of concepten kunt vinden, en beschrijf deze theorieën, modellen of concepten (dit beschrijven kan bijvoorbeeld verderop in je theoretisch kader). Het gaat hier ook over bijvoorbeeld doelgroep, communicatieplan, etc., want er zijn diverse modellen om deze begrippen te beschrijven.
    • Algemene begrippen – zoals Facebook – beschrijf je niet in je Theoretisch Kader. Eventueel kun je deze begrippen beschrijven in een Begrippenlijst.
    • Beschrijf in je Theoretisch Kader ook niet het product, het bedrijf of onderwerp van je onderzoek. Deze begrippen beschrijf je bijvoorbeeld wel in een inleidend hoofdstuk van je rapport.
  • Beschrijving van wat je verstaat onder communicatie, dit is namelijk een heel algemeen begrip en wordt meestal door veel betrokkenen bij je project verschillend opgevat.
  • Beschrijving van wat je verstaat onder operationeel, tactisch en strategisch niveau van communicatie en welke niveaus relevant zijn voor het oplossen van jouw communicatieprobleem.
  • Beschrijving van theorieën, modellen en concepten die specifiek gaan over de manier waarop je het probleem wilt gaan oplossen. Bijvoorbeeld over: Free Publicity, Marketingcommunicatie, Interne Communicatie, Branding, Employer Branding, etc. Leg uit waarom deze belangrijk zijn.
  • Beschrijving van aanvullende theorieën, modellen en concepten die je specifiek voor deze situatie wilt gebruiken. Bijvoorbeeld: Elaboration Likelihood Model (ELM), Loyalty, Uses and Gratifications, etc.  Leg uit waarom deze belangrijk zijn.
  • Uitleg van de samenhang van de begrippen en de relatie met het oplossen van het probleem. Leg bijvoorbeeld uit hoe de boodschap invloed heeft op de kennis, houding en gedrag van de ontvanger en dat dit gedrag de verkoopaantallen en daarmee winst en marktaandeel omhoog stuwt en dat hierdoor het behalen van de marketing- en organisatiedoelen dichterbij komt.
    • Gebruik hiervoor modellen, theorieën en concepten uit bronnen met autoriteit.
    • Eventueel kun je de samenhang weergeven d.m.v. een conceptueel model.
  • Illustreer de modellen met een plaatje dat het model weergeeft.
  • Vaak is het handig om na elke theorie, elk model, of concept te concluderen welke informatie je nodig hebt; vat dit samen in deelvragen. (Zo is meteen duidelijk waar je deelvragen vandaan komen, dus zijn je deelvragen goed onderbouwd.)
  • Het is aan te bevelen om een ‘kapstok theorie‘ te gebruiken. Dit is een theorie, concept of model waaraan je andere theorieën, concepten en modellen kunt ophangen. Voorbeelden hiervan zijn: GAP-analyse, Campagne & Branding Plan, Communicatiecanvas, Strategisch Communicatie Frame, etc. Let er op dat je Theoretisch Kader over communicatie moet gaan, en niet over bijvoorbeeld marketing, het is dan ook niet aan te raden om een marketingplan als kapstok te gebruiken.

Positieve houding creëren door te associëren met positieve waarden

Hoe sterker een merk is, hoe meer aantrekkingskracht ze heeft op mensen. Mensen worden op die manier fans en gaan het merk aanraden aan anderen, of ze steken elkaar zelfs aan met hun enthousiasme voor het merk, zo worden ze vrijwillige ambassadeurs voor het merk. Zo ontstaat een groep van volgers. Dit is de beste free publicity die je als merk kunt krijgen. Maar hoe zorg je nou voor zo’n aantrekkingskracht? Ofwel: hoe wek je zo’n positieve houding op bij mensen?

Het antwoord is niet zo moeilijk, maar om dit in praktijk te brengen is moeilijker. Het merk wekt namelijk een positieve houding op, doordat mensen er één of meerdere waarden, emoties en / of karakterkenmerken in herkennen (deze zijn meestal beschreven in missie, visie, kernwaarden). Ze herkennen iets van zichzelf in het merk. Óf ze herkennen iets in het merk dat hen aanvult. Een klein mannetje kan bijvoorbeeld stoerder lijken door in een Mercedes te rijden.

Identity Mix - www.CommunicatieKC.com
Identity Mix – http://www.CommunicatieKC.com

Mensen moeten dus een positief image hebben van het merk: een image dat aansluit bij hun eigen waarden, emoties en / of karakterkenmerken. Dit krijgen ze niet alleen door wat het merk vertelt (met tekst en beeld), maar vooral door wat het doet. Be Good and Others Will Tell It.

De héle identiteit moet dus consistent zijn en voortkomen uit een kern die bestaat uit waarden, emoties en karakterkenmerken. Vooral wat het merk doet is van invloed op wat anderen over het merk vertellen. De identity is de sterkste beïnvloeder van het image. Wat het merk doet, wordt bepaald door wat de mensen doen die voor het merk werken. Interne communicatie en internal branding zijn dan ook erg belangrijk.

Om haar aantrekkingskracht te behouden / vergroten, moet het merk voortdurend in de gaten houden wat mensen aantrekkelijk zouden kunnen vinden. Jij moet daarom bijvoorbeeld voortdurend trends in de gaten houden en achterhalen wat het gewenste image is.

Tree Attributes Benefits ValuesAls je weet wat het gewenste image is, kun je de identiteit daarop aanpassen. Hierbij kun je echter als communicatiedeskundige in een spagaat terecht komen. Om het merk sterk te houden moet je namelijk outside-in kijken naar wat mensen willen, maar je moet niet te ver afdrijven van je oorspronkelijke identiteit.

Branding wordt belangrijker

De communicatiedeskundige heeft steeds minder grip op de media en heeft steeds minder regie over welke content waar naartoe gaat. Image wordt misschien nog belangrijker dan het al was, want als mensen een positief image hebben zullen ze eerder positief over een merk praten.

De beste manier om een gewenst imago op te bouwen is het bouwen aan een sterk merk: consistent dezelfde boodschap te zenden via alle mogelijke media en activiteiten. Dit doet de organisatie door vanuit haar identiteit te communiceren.

Internet, en met name social media, wordt belangrijker voor de communicatiedeskundige om het voordeel van een product aan te geven ten opzichte van een ander vergelijkbaar product. Dit voordeel is meestal niet fysiek: op Nike schoenen loop je net zo goed als op Adidas schoenen, een trui van de Zeeman is net zo warm als een trui van Dolce & Gabbana. Het verschil zit hem dan in de beleving er omheen, het gevoel, de context, het verhaal.

Deze beleving, dit gevoel, context en verhaal kun je sterk beïnvloeden met het merk dat je aan een product of dienst verbindt. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor werkgevers. Mensen werken niet meer alleen voor het geld, zoals in de tijd van de stoommachine. Ze willen ook een prettige werkomgeving, leuke collega’s, kansen om zich te ontwikkelen en liefst ook bijdragen aan een betere wereld.

Een organisatie of merk met een missie heeft dan meer aantrekkingskracht dan een organisatie of merk dat er alleen maar is om geld binnen te brengen voor aandeelhouders. Werknemers, consumenten en andere stakeholders worden meer gemotiveerd door een bedrijf dat maatschappelijk relevant wordt gevonden, of waarvan mensen zelfs zouden kunnen houden.

Merken zijn dus belangrijk, maar dat waren ze ook al in de tijd van de massamedia. Sinds er internet is kan iedereen informatie verspreiden. Daardoor kan iedereen zaken onthullen. Bedrijven worden dus gedwongen om meer transparant te zijn. Ze moeten openheid van zaken geven.

Vroeger gold voor communicatiedeskundigen:

Be Good and Tell It.

Nu is dit:

Be Good and Others Will Tell It.

Vroeger – in de tijd van de massamedia – kon je vertellen wat er zo goed is aan je merk. Nu kan iedereen vertellen wat er goed is aan je merk – en wat er níet goed is aan je merk.

Met deze transparantie wordt ook de company behind the brand belangrijker: het verhaal achter een product. Is er kinderarbeid aan te pas gekomen? Wordt het milieu vervuild? Missie, Visie en Kernwaarden worden daarmee belangrijker; en vooral of deze in praktijk worden gebracht, dus: is de Kern van de Identity in lijn met Woorden, Daden en Design?

Cases die verband houden met de company behind the brand:

Spagaat: korte termijn versus lange termijn

De mogelijkheden van online media nodigen uit om snel klanten te werven (bijvoorbeeld door likes te verzamelen) en omzet te verhogen. Hierdoor kan een organisatie snel veel publiek trekken, maar dit publiek is het vaak ook weer snel kwijt.

Relatief veel tijd en geld wordt op die manier geïnvesteerd in publiek dat niet loyaal is. Zo kan de organisatie in een spagaat komen: aan de ene kant de lange termijn strategie van branding en aan de andere kant de korte termijn verleiding van snelle publiciteit en omzet verhogen.