Theorieën & Modellen in Communicatieplan (1)

Rapport Communicatieplan & Exameneisen vergeleken

Rapport Communicatieplan, inhoudelijke onderdelen
5. Strategische en organisatorische uitgangspunten
6. Interne & externe analyse en communicatieprobleemstelling
7. Communicatiedoelgroepen en -doelstellingen
8. Communicatiestrategie
9. Inzet communicatiemix
10. Resultaatmeting en evaluatie
11. Budget en verantwoording

 

Exameneisen NIMA B Communicatie

Zie Canon van Communicatievisies voor Exameneisen onderdelen 1. en 2.

3. Analyse van de interne en externe omgeving
3.1 een organisatieanalyse maken op basis van de volgende kenmerken: (PV)

3.1.1 het type organisatie

3.1.2 de rechtsvorm

3.1.3 de eventuele beursnotering

3.1.4 de missie en visie

3.1.5 de omvang qua personeelsleden

3.1.6 de medezeggenschap binnen de organisatie

3.1.7 een omschrijving van het besluitvormingsproces, en aan kunnen geven of het een bedrijf, een (semi)overheidsinstelling of een non-profit organisatie betreft

3.1.8 het type leiderschapsstijl(en) van het management

3.1.9 de organisatiecultuur

3.2 in kaart brengen welke consequenties de organisatieanalyse heeft voor communicatie (PV)
3.3 een omgevingsanalyse maken op basis van de volgende kenmerken: (PV)

3.3.1 de publieke opinie

3.3.2 het imago van de organisatie

3.3.3 de directe en indirecte concurrentie

3.4 beargumenteren welke consequenties de omgevingsanalyse heeft voor het communicatiebeleid van de organisatie (PV)
3.5 een definitie geven van monitoring (K)
3.6 een definitie geven van trendwatching (K)
3.7 beschrijven wat het vijfkrachtenmodel is (K)
3.8 een doelgroepanalyse maken op basis van de volgende kenmerken: (PV)

 3.8.1 mediagedrag

 3.8.2 psychologische kenmerken

 3.8.3 normen en waarden

3.9 beschrijven welke gevolgen het type organisatiecultuur heeft voor de uitvoering van beleid (K)
3.10 een definitie geven van een issue (K)
3.11 benoemen wanneer een issue risico oplevert (K)
3.12 beschrijven wat issuemanagement is (K)
3.13 beschrijven wat kernwaarden van een organisatie zijn en hoe die samenhangen met de identiteit van de organisatie (B)
3.14 beschrijven wat het onderscheid is tussen identiteit, imago en positionering van een organisatie (B)
 4. Onderzoek
4.1 een beschrijving geven van verschillende soorten communicatieonderzoek: (K)

4.1.1 imago-onderzoek

4.1.2 cultuuronderzoek

4.1.3 doelgroeponderzoek

4.1.4 lezersonderzoek

4.1.5 medewerkertevredenheidsonderzoek

4.1.6 klanttevredenheidsonderzoek

4.2 beschrijven wat het verschil is tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek (K)
4.3 beschrijven wat het verschil is tussen pre-testen en post-testen (K)
4.4 een opdracht voor een communicatieonderzoek formuleren (PV)
4.5 een begroting voor een communicatieonderzoek opstellen (PV)
4.6 een briefing schrijven voor een onderzoeksbureau (PV)
4.7 de keuze voor een geschikte onderzoeksmethode beargumenteren op basis van het onderzoeksdoel (PV)
4.8 de resultaten uit een communicatieonderzoek vertalen naar concrete punten voor het communicatiebeleid (PV)
5. Ontwikkelen van een communicatieplan
5.1 op basis van de gegevens in een examencase een SWOT-analyse opstellen (PV)
5.2 een communicatiedoelstelling voor een communicatieplan formuleren (PV)
5.3 minimaal een doelgroep selecteren bij het ontwikkelen van een communicatieplan (RV)
5.4 een communicatiestrategie voor een communicatieplan formuleren (PV)
5.5 een communicatieboodschap die voortkomt uit de communicatiedoelstelling formuleren (PV)
5.6 beargumenteren welke communicatiemiddelen geschikt zijn voor de situatie in een examencase (PV)
5.7 op basis van de analyse van een examencase de keuze voor de samenstelling van de communicatiemix voor een specifieke doelgroep beargumenteren (PV)
5.8 vaststellen of een communicatiemiddel geschikt is voor intern en/of extern gebruik (RV)
5.9 op basis van voor- en nadelen beargumenteren welke communicatiemiddelen in de situatie in een examencase moeten worden ingezet (waarbij ook de voor- en nadelen van enkele niet gekozen communicatiemiddelen worden benoemd) (PV)
5.10 beargumenteren via welke media en met welke frequentie de communicatiemiddelen worden gecommuniceerd in de situatie in een examencase (PV)
5.11 een tijdsplanning als onderdeel van een communicatieplan opstellen, waarbij is opgenomen welke communicatiemiddelen via welke media en op welke momenten worden gecommuniceerd (PV)
5.12 een begroting voor een communicatieplan opstellen (PV)
6. Adviseren over communicatiebeleid
6.1 een beargumenteerd advies geven over een communicatievraagstuk (PV)
6.2 adviseren hoe het communicatiebeleid aangepast kan (of moet) worden op basis van: (PV)

 6.2.1 politieke of bestuurlijke ontwikkelingen

 6.2.2 economische ontwikkelingen

 6.2.3 technologische ontwikkelingen

6.2.4 sociaal-culturele ontwikkelingen

6.2.5 demografische trends

6.2.6 juridische ontwikkelingen

6.2.7 organisatorische ontwikkelingen

6.2.8 bedrijfseconomische ontwikkelingen

6.2.9 psychologische ontwikkelingen

6.2.10 ecologische ontwikkelingen

6.2.11 ethische ontwikkelingen

6.3 het verschil tussen imago en identiteit beschrijven (K)
6.4 een beargumenteerd advies geven over het verbeteren van het imago van een organisatie (PV)
6.5 beschrijven wat reputatiemanagement is (K)
6.6 een beargumenteerd advies geven over het verbeteren van de reputatie van een organisatie (PV)
6.7 een beargumenteerd advies geven over de inzet van communicatie bij organisatieveranderingen, waarbij rekening wordt gehouden met weerstand (PV)
6.8 een of meer van de volgende modellen opnemen in een advies over de inzet van communicatie bij organisatieveranderingen (PV):

6.8.1 innovatietheorie van Rogers

6.8.2 het zeven S-model van McKinsey

6.8.3 de spinnenwebmethode van Bernstein

6.8.4 situationeel leiderschapsmodel van Hersey en Blanchard

6.8.5 kleurendrukmodel van De Caluwé en Vermaak

6.8.6 rouwcurve van Kübler-Ross (fasen in persoonlijk veranderingsproces)

7. Tekst en beeld
7.1 een beschrijving geven van verschillende soorten externe experts op het gebied van communicatie die een organisatie kan inhuren: (K)

7.1.1 een vormgever

7.1.2 een reclamebureau

7.1.3 een tekstschrijver

7.1.4 een PR-bureau

7.1.5 een onderzoeksbureau

7.1.6 een internet-, online of socialmediabureau

7.1.7 een webdesigner

7.2 op basis van gegevens in een case een advies geven over de inzet van externe bureaus (PV)
7.3 een definitie geven van portretrecht (K)
7.4 op basis van de gegevens in een examencase een advies formuleren over de inzet van een fotograaf of filmproducent (PV)
7.5 op basis van de gegevens in een examencase een advies formuleren over het wel of niet afkopen van het portretrecht (PV)
7.6 op basis van de gegevens in een examencase een advies formuleren over het gebruik van foto’s en/of film in de communicatiemiddelen (PV)
7.7 een definitie geven van auteursrecht (K)
7.8 op basis van de gegevens in een examencase een advies formuleren over de inzet van een tekstschrijver (PV)
7.9 beschrijven wat een pitch inhoudt (K)
7.10 een briefing schrijven voor professionals die een opdracht op het gebied van tekst en/of beeld gaan uitvoeren (PV)
7.11 beargumenteren of een vormgeving past bij een boodschap (PV)
7.12 een doelgroepgerichte tekst schrijven (PV)
7.13 een tekst inhoudelijk en taalkundig redigeren (RV)
8. Pers
8.1 beschrijven wat nieuws is (K)
8.2 beschrijven wat nieuwsgaring is (K)
8.3 een definitie geven van een persbericht (K)
8.4 een persbericht schrijven waarin de vijf W’s (wie, wat, waar, waarom en hoe) staan uitgeschreven (PV)
8.5 een definitie geven van een persconferentie (K)
8.6 een definitie geven van een perscommuniqué (K)
8.7 op basis van gegevens in een case een advies formuleren over de omgang met de pers (PV)
8.8 op basis van de gegevens in een examencase een advies formuleren voor een proactief of reactief persbeleid (PV)
8.9 beschrijven wat ‘framing’ is en waar het voor wordt ingezet (K)
9. Digitale media
9.1 een definitie geven van social media (K)
9.2 op basis van de gegevens in een examencase een advies formuleren welke online media (zoals een website, App, Facebook, Twitter, LinkedIn, Yammer of YouTube) geschikt zijn om in te zetten (PV)
9.3 op basis van kennis van online media benoemen wat de inzet van een digitaal medium voor gevolgen heeft voor het imago van een organisatie (PV)

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Communicatie Kenniscentrum

%d bloggers liken dit: