Observatieformulier voor het interieur (voorbeeld)

Hier ga ik op letten tijdens het interview:

1: Hoe is de setting tijdens het interview? Zitten we recht tegen over elkaar, schuin naast elkaar etc?
……………………………………………………………………………………………………………………………

2: Wat voor kleuren heeft de kamer?
……………………………………………………………………………………………………………………

3: Is er veel decoratie in de kamer?
…………………………………………………………………………………………………………………………

4: Is de ruimte waar het interview wordt gehouden een privé ruimte of is deze voor gezamenlijk gebruik?
…………………………………………………………………………………………………………………

5: Wat voor sfeer hangt er in de organisatie (zo op het eerste gezicht)?
…………………………………………………………………………………………………………………………
6: Staan er planten op de kamers?
……………………………………………………………………………………………………………………………
7: Voelt de kamer gezellig aan? Kijk naar kleur, decoratie, planten etc.

…………………………………………………………………………………………………………………………

 

Advertenties

Observatieformulier voor non-verbale communicatie tijdens interview (voorbeeld)

1: Maakt de geïnterviewde veel oogcontact?
…………………………………………………………………………………………………………………………
2: Hoe zit de geïnterviewde? Rechtop, gebogen, onderuitgezakt?
…………………………………………………………………………………………………………………………
3: Heeft de geïnterviewde een open of gesloten houding? Hoe zie je dat?
………………………………………………………………………………………………………………………

4: Wat voor uiterlijk heeft de geïnterviewde? Zakelijke kleding of casual kleding? Een strak of los kapsel?
……………………………………………………………………………………………………………………………

5: Draagt de persoon veel vrolijke of juist donkere kleuren?
………………………………………………………………………………………………………………………

6: Klopt de gezichtsuitdrukking van de persoon met wat er gezegd wordt?
…………………………………………………………………………………………………………………………

7: Praat de geïnterviewde met veel gebaren of juist niet? (met handen en voeten praten)
………………………………………………………………………………………………………………………

8: Praat de geïnterviewde met veel enthousiasme of is diegene juist ongeïnteresseerd?
……………………………………………………………………………………………………………………
9: Wat voor sfeer hangt er rondom het interview? Gespannen, relaxed, ongemakkelijk etc.?
……………………………………………………………………………………………………………………………………………

PDCA: Plan – Do – Check – Act

De PDCA-cyclus is te vergelijken met het maken van een lange wandeling door de bergen. Je plant om te gaan lopen en uiteindelijk te genieten van het mooie uitzicht op een verre top. Maar als je dat doet, kom je onderweg bij een meer en moet je flink een andere kant oplopen (of je schoenen blijken niet zo goed te zijn en je kunt alleen de verharde wegen volgen). Regelmatig check je of de verre top dichter bij komt. (Omdat je dit regelmatig doet, noemen we het de PDCA-cyclus.) Zodra je de kans ziet, neem je actie en ga je in de juiste richting.

PDCA Plan Do Check Act

Bij het uitvoeren van een campagne gaat het net zo. Je plant om een doel te bereiken. Maar als je dat doet – als je de campagne aan het uitvoeren bent – blijken er onvoorziene omstandigheden te zijn, waardoor je campagne niet zo effectief is als je had gepland (of het blijkt dat je plan niet zo effectief is en je moet de voor de hand liggende middelen gebruiken). Regelmatig check je met KPI’s of het gestelde doel dichter bij komt. Zodra je de kans ziet, neem je actie en pas je de campagne aan.

Campagnedoel en lange termijn doel

Het doel dat je plant voor je campagne moet in lijn zijn met de missie, organisatiedoelen, marketingdoelen en communicatiebeleidsdoelen. Dit zijn allemaal lange termijn doelen. Vergelijk zo’n lange termijn doel met het doel dat je hebt voor het eind van je wandelvakantie: een campagnedoel is als het doel voor één dag, maar aan het eind van de vakantie wil je op de pek zijn waar de bus je ophaalt.

Lees meer over de PDCA-cyclus:

Over Communicatie KC

Communicatie KC staat voor Communicatie Kenniscentrum. Deze site ben ik gestart in juli 2013. Sinds 1993 geef ik namelijk les in communicatie. Dit deed ik jarenlang door met mijn studenten boeken door te werken, waarna een tentamen volgde. Heerlijk overzichtelijk, maar ik merkte dat ze bij het afstuderen en bij praktijkopdrachten vaak niet de kennis konden toepassen die hen tijdens de lessen was aangeboden.

Tegelijk nam het gebruik van internet toe. Dit zag ik als een kans om de kennis uit de lessen aan te bieden op elke plek en elk moment dat de student het nodig zou kunnen hebben. Toch zag ik er tegenop om een site te maken. Het leek me veel werk en hij is pas zinnig als er voldoende op te vinden is. Op een gegeven moment ben ik gewoon begonnen en na een paar jaar stond er genoeg informatie op. (Hoewel er natuurlijk regelmatig aanvullingen komen.)

Informatie op een site is mooi, maar dit heeft weinig zin als bezoekers het niet kunnen toepassen op het moment dat ze het nodig hebben: bij afstuderen en bij praktijkopdrachten. De nadruk komt nu daarom meer te liggen op het ontsluiten van de informatie: hoe kan de bezoeker makkelijk de informatie vinden waaraan hij behoefte heeft?

harry-smals-poster-pasfotoHarry Smals; docent communicatie aan diverse hogescholen sinds 1993 en examinator voor de mondeling examens Nima B Marketingcommunicatie en Nima B Interne & Corporate Communicatie, sinds 1998.

Reactie? Mail naar: CKC@kpnmail.nl

Mijn boeken

boeken harry smals 2018

Andere Boeken

 

Reflectie op het onderzoek

Als het goed is, heb je in het hoofdstuk over onderzoek bij elke deelvraag duidelijk uitgelegd welke onderzoeksmethoden je hebt gebruikt (zoals bijvoorbeeld beschreven in Onderzoeksontwerp). En vergeet niet om in dat hoofdstuk een onderzoeksverantwoording te schrijven: WAAROM je de onderzoeksmethoden hebt gekozen.

Reflecteer er nu op of deze keuzen achteraf de juiste zijn:

  • Heb je je bij je keuzes voor onderzoeksmethoden gebaseerd op de juiste en voldoende theoretische bronnen? Waarom vind je dat?
    • Passen de gekozen theorieën, concepten en modellen volledig bij de deelvragen?
    • Passen de onderzoeksmethoden volledig bij de deelvragen?
    • Zou je bij een volgend, vergelijkbaar, onderzoek weer dezelfde keuzes maken? Waarom?
  • Vind je dat je de uitwerking (operationalisering) van de gekozen onderzoeksmethoden voldoende theoretisch en diepgaand hebt verantwoord? (KLIK voor meer informatie.) Waarom vind je dat?
    • Zijn de onderzoeksmethoden goed reproduceerbaar én in een theoretisch kader geplaatst?
    • Was de uitwerking achteraf gezien niet zo duidelijk, of niet helemaal juist? (Kun je dit illustreren met voorbeelden?)
    • Moest je als onderzoeker nog veel bedenken / improviseren tijdens het uitvoeren van het onderzoek, waardoor je onderzoek erg veel afhing van jouw persoonlijke interpretatie? (Kun je dit illustreren met voorbeelden?)
    • Wat betekent het voorgaande voor de validiteit en betrouwbaarheid van je onderzoek?
  • Ben je ervan overtuigd dat je onderzoek helemaal valide en betrouwbaar is? Waarom vind je dat?
    • Heb je bijvoorbeeld je vragenlijst / topiclist / etc. getest, om te achterhalen of deze meet wat hij moet meten (validiteit)?
  • Heb je je onderzoek bijgestuurd tijdens het onderzoek?
    • Hoe dan? Wat heb je bijgestuurd?
    • Waarom heb je bijgestuurd?
    • Wat betekent dit voor de validiteit en betrouwbaarheid van je onderzoek?
  • Concludeer of je onderzoek voldoende valide en betrouwbaar is om je advies op te baseren. (Bedenk je dat je opdrachtgever geld, tijd, mensen, middelen gaat vrijmaken – ten koste van iets anders – als hij jouw advies gaat implementeren.)
    • Wat is de invloed van de gekozen methoden – en de uitvoering hiervan – op resultaten?
  • Zijn je onderzoeksresultaten bruikbaar? Welke resultaten zijn minder bruikbaar? Waarom?

 

Communicatieplan: Geadviseerde Afzender, Doelstellingen, Doelgroepen, Boodschap, Middelen

Een communicatieplan is – heel voor de hand liggend: een plan voor de communicatie. Het beschrijft:

  • hoe je van plan bent om te gaan communiceren. Met andere woorden:
  • hoe je wilt gaan communiceren. Ofwel:
  • hoe je adviseert om te gaan communiceren.

Wat moet er in zo’n plan? Dat hangt af van wat je verstaat onder communicatie. Hiervan zijn heel veel definities, maar Lasswell’s verbale model voor communicatie is een van de meest praktische definities om te gebruiken voor een communicatieplan. (Meer hierover in: Waarom Lasswell’s model achterhaald maar tóch bruikbaar is.)

Lasswell model
Lasswell’s verbale Communicatiemodel

Uit dit model volgt dat in je plan op zijn minst (zie verderop voor aanvullingen) de volgende onderwerpen staan:

  • Wie? => Afzender
  • Zegt wat? => Boodschap
  • Via welk kanaal? => Middelen
  • Tegen wie? => Doelgroep
  • Met welk effect? => Doelstelling & Evaluatie

ongew-gewenste-sit

IST → Plan → SOLL

In de voorgaande stappen heb je de IST-situatie beschreven met:

  • Mogelijke Afzenders
  • Mogelijke Doelstellingen
  • Mogelijke Doelgroepen
  • Mogelijke Boodschappen
  • Mogelijke Communicatiestrategieën

Vervolgens heb je geconcludeerd wat de SOLL-situatie moet worden:

  • Geadviseerde Afzenders
  • Geadviseerde Doelstellingen
  • Geadviseerde Doelgroepen
  • Geadviseerde Boodschappen
  • Geadviseerde Communicatiestrategieën

In de doelstellingen beschrijf je de gewenste effecten. In de evaluatie meet je vervolgens of deze effecten zijn bereikt. Dit is belangrijk aangezien je plan accountable moet zijn: de investeringen moeten opwegen tegen de resultaten. Vandaar dat je ook een budget in je plan moet opnemen: hoeveel geld moet de opdrachtgever investeren in je plan?

In je communicatieplan beschrijf je daarom jouw advies over:

  • Afzenders
  • Doelstellingen
  • Doelgroepen
  • Boodschappen
  • Communicatiestrategieën
  • Hoe evalueren
  • Budget

Verwerk dit advies in een rapport en / of presentatie.

Actieplan Bestaand Gewenst

Advertenties

Communicatie Kenniscentrum

Advertenties