Opties selecteren

Nadat je je onderzoek hebt afgerond, is het tijd voor creativiteit: het bedenken van oplossingen, deze oplossingen verwerk je in je plan of advies. Zorg er daarom voor dat je zoveel mogelijk opties voor oplossingen hebt, zodat je de beste kan selecteren. (Bijvoorbeeld met de COCD box.)

Opties verzamelen

Gebruik de volgende routes om tot opties voor oplossingen te komen:

  1. Zodra je de opdracht krijgt, kunnen de ideeën voor oplossingen al te binnen schieten. Je kunt de goede oplossingen pas kiezen ná je onderzoek, dus bewaar deze opties voor oplossingen tot nadat je onderzoek is afgerond. Schrijf ze bijvoorbeeld op en bewaar ze op een plek waar je ze makkelijk kunt terugvinden als je opties moet gaan kiezen.
  2. Tijdens je onderzoek kom je vaak tot nieuwe inzichten en ideeën voor oplossingen. Schrijf deze oplossingen op en bewaar ze op een plek waar je ze makkelijk kunt terugvinden. (Bedenk je dat je het meest creatief bent in het schemergebied tussen spanning en ontspanning: net voordat je gaat slapen, als je ligt wakker te worden, onder de douche, tijdens het weekend, aan het begin van de vakantie, etc. (Als je altijd gespannen bent en nooit rust neemt, dan heb je dus nooit zo’n schemergebied en ben je minder creatief. Als je alleen maar ontspannen bent – zoals in een lange vakantie – kun je ook zo’n schemergebied missen en dus minder creatief worden.)
  3. Na afloop van je onderzoek kun je een brainstorm-sessie (of andere creatieve sessie) organiseren en hieruit kunnen opnieuw ideeën voor oplossingen komen. Zorg dat er minstens drie ideeën komen uit zo’n sessie. (Een verslag van de creatieve sessie en het afwegen van opties komt in de bijlage van je rapport!)

Het wegen van opties

  1. Zet alle opties onder elkaar die je hebt verzameld via de routes die hiervóór vermeld staan.
  2. Concludeer uit je onderzoek welke criteria er zijn om te bepalen of een optie goed is. Hieronder staat een aantal voorbeelden van criteria. (Ook kun je het SFA-model toepassen, in dit model worden de volgende criteria toegepast: Suitibility, Feasibility, Acceptability.)
  3. Scoor nu elke optie aan de hand van deze criteria; geef elke optie dus punten voor elk criterium. De optie met de meeste punten is waarschijnlijk de beste optie. (‘Waarschijnlijk’, omdat je zelf mag blijven nadenken, als je redenen hebt om een andere optie tóch beter te vinden, dan kies je die optie; onderbouw wel altijd je keuze!)
  4. Je kunt dit proces van wegen wat objectiever maken door ook anderen de opties te laten scoren op de criteria. (Er is dan sprake van ‘intersubjectiviteit’.) Als de opdrachtgever ook de opties scoort op de gestelde criteria, dan zal dit het draagvlak voor de gekozen optie vergroten. (Als het tenminste de optie is die van hem ook de meeste punten heeft gekregen, anders heb je goede argumenten en onderbouwing nodig om hem te overtuigen.)

Voorbeelden van criteria

  • Met welke optie wordt de doelgroep en de beïnvloeders het best bereikt?
  • Met welke optie wordt de meeste PR-waarde gecreëerd in de gewenste (social) media?
  • Met welke optie kan het best de gewenste boodschap worden overgedragen?
  • Welke optie draagt het beste bij aan het vestigen van het gewenste image?
  • Welke optie zet journalisten, bloggers, social media gebruikers, etc. het meest aan tot het delen van de gewenste boodschap met de gewenste doelgroepen?

Opties selecteren kan ook met het FSA-model, dit wordt veel gebruikt in de marketing.

Advertenties