Validiteit: meet je wat je wilt meten. (Je onderzoek is valide als je meet wat je wilt weten.)
Bijvoorbeeld: meet je niet een intern imago, als je denkt de identiteit te meten?
Validiteit gaat dus over het stellen van de juiste vragen, aan de juiste mensen/ bronnen. Enige zaken die de validiteit van je onderzoek kunnen verminderen:
- Suggestieve vragen.
- Sociaal wenselijke antwoorden.
Handvatten voor een valide onderzoek
Je onderzoek is valide (= je meet wat je wil meten) doordat:
- Met behulp van theorieën, modellen en concepten heb je concreet gemaakt wat je precies moet waarnemen (= operationalisatie). Dit heeft geleid tot onderzoeksvragen en daaruit volgend: interview-onderwerpen (topic-list) en/ of enquêtevragen.
- Vervolgens koppel je de gegevens uit je onderzoek aan deze theorieën, modellen en concepten.
- Bij interviews (kwalitatief onderzoek) heb je altijd maar een kleine steekproef, dan is er kans op bias: je kijkt met een soort oogkleppen en je steekproef is niet representatief voor de doelgroep. Maar: na een aantal interviews treedt er inhoudelijke verzadiging op: je krijg geen nieuwe informatie meer. Volgens Scholl kun je dan verantwoord conclusies trekken.
- Als je een enquête uitzet en het lukt je om deze te laten invullen door een representatieve steekproef (dus niet alleen mensen die jou sympathiek vinden en/ of mensen die niets te doen hebben, etc.), dan draagt dit bij aan de validiteit van je onderzoek.
Zie ook:
- Probleemstelling, Doelstelling, Vraagstelling & deelvragen
- Onderzoeksontwerp
- Operationaliseren
- Betrouwbaarheid
- Validiteit