Tagarchief: research

Hoe onderzoek je een Merk?

Hoe onderzoek je een merk? Om te beginnen moeten we het begrip ‘merk’ zodanig omschrijven dat we het kunnen onderzoeken. We moeten het begrip ‘merk’ dus operationaliseren. Dit kunnen we doen door gebruik te maken van theorie; zo kun je concluderen dat een merk bestaat uit een merk-identiteit en een merk-imago.

In deze post:

Corporate Identity Mix en Identity Mix Triangulatie
Triangulatie
  • Overzicht van methoden
  • Vergelijken van Identiteit & Imago
  • Onderzoeken van wat Identiteit werkelijk is m.b.v. Triangulatie
  • Onderzoeken van wat Identiteit werkelijk is m.b.v. Intersubjectiviteit
  • Waarom onderzoek je een Merk?

Overzicht van methoden

We kunnen het volgende overzicht maken van de onderdelen waarin de merk-identiteit en het merk-imago zijn te verdelen, door het begrip merk te operationaliseren. Bij elk onderdeel staat minstens één methode om het te onderzoeken.

Merk-identiteit

Merk-imago

Woorden

 

Attributen

Design

Benefits

Daden

Waarden

Kern

Vergelijken van Identiteit & Imago

Door Identiteit & Imago te vergelijken, kun je GAP’s ontdekken. Deze GAP’s kun je dichten d.m.v. campagnes. Elke GAP is daarom de basis voor de boodschap van je campagne.

GAP Bestaand Gewenst ID Im
Gaps: Bestaande – Gewenste Identity & Image

Er zijn verschillende methodes om Identiteit & Imago te vergelijken en zo GAP’s te concluderen; bijvoorbeeld:

Onderzoeken van wat Identiteit werkelijk is, m.b.v. triangulatie

De Gewenste Identiteit is vrij makkelijk te onderzoeken door aan mensen te vragen welke identiteit zij wensen. Het antwoord hierop is echter subjectief: het hangt er vanaf aan wie je het vraagt. Als je het vraagt aan het management, krijg je waarschijnlijk een ander antwoord dan als je het vraagt aan de doelgroep, en van de medewerkers krijg je waarschijnlijk wéér iets anders te horen.

Corporate Identity Mix en Identity Mix en Triangulatie
Corporate Identity Mix; Identity Mix & Triangulatie

 

Jij moet proberen om de identiteit zo objectief mogelijk vast te stellen: wat is de identiteit werkelijk? Welnu, triangulatie helpt om iets objectief vast te stellen. De Identity Mix of Corporate Identity Mix kunnen we gebruiken voor triangulatie: vanaf drie kanten kunnen we hiermee de identiteit onderzoeken.

Onderzoeken wat Identiteit werkelijk is m.b.v. intersubjectiviteit

Het vaststellen van de identiteit doe je d.m.v. kwalitatief onderzoek en kwalitatief onderzoek is altijd in zekere mate subjectief: afhankelijk van degene die het onderzoek doet. (Het toepassen van triangulatie helpt wel bij het meer objectief vaststellen van de identiteit.)

Je kunt je onderzoek minder afhankelijk maken van degene die het onderzoek doet door intersubjectiviteit toe te passen. Je laat dan verschillende onderzoekers dezelfde teksten analyseren en dezelfde middelen analyseren m.b.v. semiotische analyse. De verschillende onderzoekers zullen verschillende conclusies trekken over bijvoorbeeld welke kernwaarden worden gecommuniceerd d.m.v. tekst en beeld. Maar de onderzoekers zullen het ook met elkaar eens zijn over een aantal kernwaarden die gecommuniceerd worden.

Deze  kernwaarden waarover de onderzoekers het eens zijn, zijn daarmee redelijk objectief vastgesteld. ‘Redelijk objectief’, omdat het nog steeds afhankelijk is van welke onderzoekers het onderzoek doen, maar de uitkomsten zijn minder subjectief dan bij één onderzoeker.

Waarom onderzoek je een merk?

Je campagne moet bijdragen aan het versterken van het merk. Maar dan moet je wel weten wat er sterk of zwak is aan het merk. Als je deze sterkten en zwakten (aantrekkelijke punten en blokkades) weet, dan kun je een creatief concept ontwikkelen om in te spelen op de sterkten, waarbij je de blokkades vermijdt of neutraliseert.

Lees ook op Communicatie KC:

Advertenties

Opinieleiders

Opinieleiders zijn een aantrekkelijke doelgroep voor communicatie, omdat het mensen zijn die invloed hebben op de opinie (en daarmee op de houding) van veel andere mensen.

Hoe onderzoek je wie een opinieleider is?

Het is de kunst om opinieleiders te vinden die veel invloed hebben op de specifieke doelgroep die (of segment dat) jij wilt gaan beïnvloeden. Je kan ontdekken wie relevante opinieleiders zijn voor de doelgroep, door aan een aantal leden van de doelgroep te vragen wie hen beïnvloedt, wie zij vertrouwen, etc. Iemand die door meerdere mensen wordt aangewezen is dan blijkbaar een opinieleider.

Lees meer over opinieleiders op:

Gebruik van plaatjes en kaartjes bij diepte-interviews

Bij diepte-interviews gaat het erom dat geïnterviewden hun emoties, waarden, motivaties onder woorden brengen. Probleem daarbij is dat deze vaak moeilijk onder woorden zijn te brengen. Het gebruik van plaatjes kan dan een uitkomst zijn. Plaatjes hebben namelijk een veel directere invloed op het onderbewustzijn en de emoties van mensen – het is niet voor niets dat volgens velen een plaatje meer zegt dan 1000 woorden.

Je kan de geïnterviewde bijvoorbeeld drie plaatjes van drie dieren voorleggen (bijvoorbeeld een leeuw, een konijn en een mug). De geïnterviewde moet dan het plaatje kiezen dat het beste past bij het merk en welke juist helemaal niet. Het gaat er nu om dat je als interviewer vraagt – en dóórvaagt – waarom de medewerker deze keuzes maakt. Net als bij het laddering-interview is de ‘waarom-vraag’ cruciaal en wordt deze steeds herhaald.

Aanvullingen en alternatieven:

  • Eventueel kan je het voorgaande herhalen met andere dieren.
  • In plaats van dieren, kan je ook plaatjes van personen gebruiken, of auto’s, etc.
  • In plaats van drie plaatjes kan je ook meerdere plaatjes
  • Ook kan je uitspraken op kaartjes zetten in plaats van plaatjes.

Laddering interview

Het laddering-interview is een bijzondere vorm van het diepte-interview. Je kunt laddering gebruiken om de middel-doelketen in kaart te brengen, je kan zo de gewenste merkassociaties achterhalen bij de doelgroep. Vervolgens kun je adviseren hoe het merk aangepast moet worden om aantrekkelijker te worden voor de doelgroep, dit kan bijdragen aan loyaliteit. (Ook als de doelgroep geen image heeft van het merk, kun je met laddering achterhalen welke kenmerken je aan het merk zou moeten associëren om de doelgroep emotioneel te raken met het merk.)

Overigens kan het merk ook een werkgever zijn, dan achterhaal je met laddering waaraan de werkomgeving zou moeten voldoen om de werknemer te motiveren en trouw te houden.

Een laddering-interview is een interview van ongeveer een uur en hier wordt op vier vragen ingegaan:

  • Wat is uw relatie met het merk?
  • Wat doet u met de producten van het merk?
  • Waarom doet u dat op die manier?
  • Waarom vindt u dat belangrijk?

De ‘waarom-vraag’ is hierbij vooral belangrijk en wordt steeds herhaald. Op deze manier komt de interviewer steeds ‘dieper in het brein’ van de geïnterviewde en begrijpt hij steeds beter waarom hij zich op een bepaalde manier gedraagt en waarom hij zich wel of niet identificeert met het merk.

Overigens kunnen de kenmerken die uit de laddering-interviews zijn verkregen worden verwerkt in een enquête onder alle leden van de doelgroep. Zo kunnen de kwalitatieve gegevens uit de laddering-interviews worden gekwantificeerd: achterhalen in welke mate elk van de kenmerken past bij de hele doelgroep.

Voorbeeld laddering interview

Een voorbeeld van hoe laddering werkt bij een interview over een auto – hier zie je duidelijk de onderwerpen van de middel-doelketen:

  • Concrete kenmerken kunnen zijn: Motorvermogen, kleur, prijs, benzineverbruik
  • Abstracte kenmerken kunnen zijn: Kwaliteit, design, veiligheid
  • Functionele gevolgen: Mobiliteit, tijdwinst, snelheid
  • Psychosociale gevolgen: Status, verbondenheid, participeren
  • Instrumentele waarden: Komen en gaan wanneer je wil
  • Eindwaarden: Vrijheid, geborgenheid, avontuur, onafhankelijkheid

Lees meer op Communicatie KC:

Klik verder:

Probleemstelling, Doelstelling, Vraagstelling

Er zijn diverse opvattingen over wat een probleemstelling is, wat een doelstelling is en wat een vraagstelling is, ook de relatie tussen deze begrippen wordt door diverse auteurs anders gelegd. Meer hierover lees je als je naar beneden scrollt. Zelf vind ik onderstaande illustraties duidelijk weergeven wat deze begrippen inhouden en wat hun onderlinge relaties zijn.

Illustratie: Relatie Probleemsituatie – Gewenste situatie

probleemsituatie-gewenste-situatie

In bovenstaande illustratie wordt duidelijk gemaakt dat je met je plan of advies de probleemsituatie kan veranderen in een gewenste situatie.

Illustratie: Relatie Probleemsituatie – Gewenste situatie; Probleemstelling – Doelstelling

probleemsituatie-gewenste-situatie-2

De gewenste situatie kan je ook ‘Doelsituatie’ noemen. Dan is het logisch om de beschrijvingen van respectievelijk de probleemsituatie en de doelsituatie samen te vatten in ieder één zin: de probleemstelling en de de doelstelling. In de probleemstelling stel je wat het probleem is. In de doelstelling stel je wat het doel is.

Illustratie: Relatie Probleemsituatie – Gewenste situatie; Probleemstelling – Doelstelling – Vraagstelling

probleemsituatie-gewenste-situatie-vraagstelling

Vóórdat je een doeltreffend advies kan geven of plan kan maken, moet je precies weten wat het probleem is, waardoor het probleem veroorzaakt wordt en welke factoren je moet veranderen om de probleemsituatie te veranderen in de gewenste situatie. Je moet de probleemsituatie dus beter leren begrijpen. Daarvoor heb je informatie nodig. Deze informatie verzamel je door onderzoek te doen.

Onderzoek is gericht op het vinden van informatie waarmee een vraag beantwoord kan worden: de onderzoeksvraag, ofwel vraagstelling. Om de probleemsituatie te begrijpen gebruik je inzichten en deze inzichten noemen we theorieën.

Kortom: je gebruikt theorie om de probleemsituatie te analyseren en te begrijpen welke factoren het probleem veroorzaken. Zo kan je concluderen welke factoren je moet beïnvloeden, zodat het probleem verdwijnt en de gewenste situatie ontstaat. Bijvoorbeeld: te weinig mensen kopen het product, dit kan je verbeteren door meer mensen een positieve houding te geven ten opzichte van het product en dat kan je doen door een aantrekkelijker merk aan het product te koppelen. Als je de belangrijkste begrippen analyseert kan je komen tot bijvoorbeeld de volgende deelvragen: Wat weten / geloven leden van de doelgroep nu over het product? Waardoor kunnen deze mensen gemotiveerd worden? Welke waarden kunnen we aan het product verbinden? Via welke touchpoints en intermediairs kunnen deze mensen beïnvloed worden?

Doelstelling Project Onderzoek Communicatie

Probleemstelling, volgens Verschuren / Van der Kaap

“Een probleemstelling is een definitie van je onderzoeksprobleem en bestaat uit een doelstelling en één of meerdere vraagstellingen.” (Verschuren, 1999, in Van der Kaap 2008, p44)

Probleemstelling: definitie van het onderzoeksprobleem (Van der Kaap, 2008, p44)
Probleemstelling: definitie van het onderzoeksprobleem (Van der Kaap, 2008, p44)

Nel Verhoeven ziet het enigszins anders:

“De probleemomschrijving bestaat uit de doelstelling voor het onderzoek en de probleemstelling, ofwel centrale vraagstelling. (…) Onder deze probleemstelling kan een aantal deelvragen vallen die de probleemstelling verduidelijken en een stap zijn in de richting van onderzoeksvragen die tijdens de analyse worden beantwoord. Dit zijn meer vragen naar samenhang, toetsen,beschrijvingen, enzovoorrt.

Dus: probleemstelling → deelvragen → onderzoeksvragen” (Verhoeven, 2011, p81-82)

Volgens Verhoeven is de probleemstelling dus een ander woord voor centrale vraagstelling. En wat Verschuren en ook Van der Kaap de probleemstelling noemen komt overeen met wat Verhoeven probleemomschrijving noemt.

Bij Verhoeven is de doelstelling het doel van je onderzoek, bijvoorbeeld: “Het ontwikkelen van een hulpmiddel voor mediaplanners, waarmee zij de optimale mix van online en offline middelen kunnen bepalen.” De probleemstelling een vraag, die je gaat beantwoorden in je onderzoek. Bijvoorbeeld: “Welke factoren zijn relevant voor het ontwikkelen van een optimale mix van online en offline media, en hoe bepaal je hiermee de optimale mix voor het bereiken van de doelstellingen van de adverteerder?”

Lees ook:

Zie ook:

Kop romp staart onderzoeksopzet

cat-clker-com

Kop romp staart onderzoeksopzet

 kop →

 romp →

 staart

 kwalitatief →

 kwantitatief →

 kwalitatief

Vaak is het handig om een zogenaamde kop-romp-staart opzet te maken. Dan begin je met exploratief kwalitatief onderzoek. Dit is de ‘kop’. Hierin doe je veel denkwerk, je achterhaalt bijvoorbeeld wat er omgaat in het hoofd van respondenten: waarom vinden ze iets, waarom nemen ze bepaalde beslissingen? (De steekproefgrootte bepaal je hierbij vaak met behulp van ‘verzadiging‘.)

Vervolgens begin je aan de ‘romp’: het kwantitatieve gedeelte van het onderzoek. Dit neemt de meeste tijd in beslag. Dit doe je met behulp van vragenlijsten die je onder een grote steekproef uitzet. Hierin kwantificeer je wat je uit je kwalitatief onderzoek hebt ontdekt: zoveel procent vindt ‘dit’ of ‘dat’. Zoveel procent is het ermee eens dat ‘zus’ komt door ‘zo’.

Uit de uitkomsten van je kwantitatieve onderzoek trek je conclusies, maar soms lijken uitkomsten niet te kloppen of zijn niet te verklaren. Dan kan je nogmaals met de respondenten gaan praten, of ander aanvullend onderzoek doen, om de resultaten te verklaren. Dit is de ‘staart’ van je onderzoek.

Met de kop-romp-staart onderzoeksopzet lijkt je onderzoeksproject op een kat. Zoals een kat jaagt op een muis, zo jaag je met je onderzoeksproject op informatie. Met de kop bepaal je doelen en houd je de doelen in de gaten. Met de romp maak je een grote sprong voorwaarts, maar met de staart stuur je bij, zodat je je doel – gewenste informatie – bereikt.

 

Lees ook

Vragenlijst maken

Vuistregels voor het maken van een vragenlijst

  • Zorg voor vragen over kennis, houding en gedrag in relatie tot het onderwerp dat je onderzoekt.
  • Volgorde: vragen mogen elkaar niet beïnvloeden.
    • Let in dit verband ook op de introductie: vaak is het niet handig om al aan het begin te vertellen waarover het gaat, want daarmee stuur je de respondent.
    • Vertel in de introductie ook hoe lang het invullen gaat duren.
    • Denk eraan dat de ene vraag het antwoord op de volgende vraag kan beïnvloeden. Begin daarom zo open mogelijk en zoom steeds meer in op het onderwerp waarover je het eigenlijk wilt hebben.
  • Maak zinnige selectievragen over de doelgroep. Later, bij het analyseren van de resultaten van je vragenlijst moet je namelijk kunnen concluderen of de resultaten correleren met kenmerken van de doelgroep. Geven ouderen bijvoorbeeld andere antwoorden dan jongeren? Zo kun je ook achterhalen wat eigenlijk de relevante kenmerken zijn om de doelgroep op te segmenteren.

Let hierop bij het maken van een vragenlijst:

  • Beantwoorden de antwoorden je onderzoeksvraag?
  • Stel geen overbodige vragen en zorg ervoor dat je ook geen informatie mist.
    • Je zorgt hiervoor door elke interviewvraag te onderbouwen.
    • Geef in je rapport (bijlage) aan hoe elke interviewvraag is afgeleid van de deelvragen.
    • Deze deelvragen zijn afgeleid van je theoretisch kader.
  • Verplaats je in de respondent; dus laat je vragenlijst door een buitenstaander testen voordat je hem afneemt.

Meer over vragenlijsten maken:

Lees ook: Theorie – Deelvraag – Interviewvraag / Enquêtevraag (KLIK)

Zie ook:

Het organiseren van media is nog geen communicatie-project

source: http://blog.sharpie.com/page/28/
source: http://blog.sharpie.com/page/28/

Nog steeds denken veel mensen dat communicatie ‘iets met media’ is. Nou is het waar dat je vaak media nodig hebt voor communicatie, maar zeker met traditionele media zoals radio, tv en drukwerk kun je niet veel meer dan boodschappen zenden. Communicatie is het scheppen van gemeenschappelijke betekenis, en dit is een interactief proces. Een interactief medium als internet is natuurlijk veel meer geschikt om tot gemeenschappelijke betekenis te komen. Toch communiceerden mensen ook al vóórdat er internet was…

Interactie & onderzoek

Interactie is er volop als mensen persoonlijk met elkaar communiceren. Eigenlijk zorgen alleen massamedia voor eenzijdige communicatie,  waarbij vooral gezonden wordt. Ook als je gebruik maakt van massamedia kun je interactie bevorderen, bijvoorbeeld door mensen te laten reageren via Twitter, email of een brief, of door een antwoordcoupon. Daarnaast is het een goed idee om onderzoek te doen, vóór, tijdens en ná het inzetten van media. Met onderzoek kun je namelijk de effectiviteit voorspellen en meten.

Door onderzoek ontvang je informatie – i.p.v. dat je informatie zendt. Zo zorgt onderzoek voor interactie, interactie in de zin van zenden en ontvangen van informatie. Je leert met onderzoek over de doelgroep, je komt te weten wat de leden van de doelgroep weten, geloven en vinden, en je kan jouw boodschap hierop aanpassen. Die boodschap kan ook de identiteit zijn, dus je kan ook je organisatie/ merk/ product aanpassen aan de doelgroep – i.p.v. de doelgroep aan te passen, nl. in wat de leden weten, geloven en vinden.

Het aanpassen van je organisatie/ merk/ product gaat natuurlijk wel een stuk verder dan het aanpassen van je communicatiemiddelen. Als je de identiteit aanpast begeef je je dan ook op strategisch niveau, terwijl je met middelen op operationeel niveau of tactisch niveau zit.

Onderzoek en analyse zijn nodig voor professionele communicatie

Voor het organiseren van media heb je niet per se kennis van communicatie nodig; voor het organiseren van media is het namelijk meestal voldoende om de juiste mensen aan te sturen. Onderzoek en analyse gebaseerd op communicatie-theorie is hiervoor niet nodig, want je regelt gewoon de media die de opdrachtgever van je vraagt. Die opdrachtgever kán een communicatiedeskundige zijn, maar vaak is het iemand die een probleem ziet en bedenkt dat media de oplossing zijn. Het organiseren van media is daarom wel een project – en dit kan heel uitdagend zijn! – maar het is niet per se een communicatie-project.

Waarde-ring

Waarde-ring bij onwelkome overheidsprojecten

Als een gemeente heeft besloten dat er een asielzoekerscentrum komt of een windmolenpark, dan is het de taak van communicatiemensen om burgers ervan te overtuigen dat dit een goed besluit was. Meestal voelen mensen zich dan echter niet serieus genomen en laten ze hun mening op een andere manier horen. Met vernielingen bijvoorbeeld.

De tijd van éénrichtingsverkeer en overtuigen is voorbij. Communicatiemensen zouden moeten worden ingezet bij het op gang brengen en houden van échte dialoog, waarbij écht naar mensen geluisterd wordt en waarbij ze écht invloed kunnen hebben.

Nadruk op proces

De methode van waarde-ring kan hierbij helpen. In deze methode gaat het vooral om het proces om tot een resultaat te komen en niet om een vooropgezet resultaat, waar een proces bij gemaakt moet worden. Traditioneel werkt communicatie wél zo: je begint met het gewenste resultaat (doel) en je maakt een plan waarlangs dat doel bereikt moet worden. Traditionele communicatie is dus product / effect gericht, waarde-ring is proces gericht.

Zoek conflicterende waarden

Als je mensen wil overtuigen – zoals bij traditionele communicatie – is het handig om medestanders te vinden en zo draagvlak te creëren voor je doel. Bij waarde-ring gaat het echter niet om overtuigen, maar om dialoog. Dialoog die leidt tot een oplossing. Dan is het goed om juist op zoek te gaan naar punten waar betrokken het níet over eens zijn. Vooral conflicterende waarden zijn hierbij belangrijk.

Communiceer over waarden

De communicatie gaat bij waarde-ring niet alleen over de feiten, maar vooral over het gevoel en de waarden die eronder liggen. Die moeten bespreekbaar worden en van daaruit moeten alle betrokkenen (degenen die zich betrokken voelen) samen zoeken naar een oplossing.

Waarde-ring bij organisatieverandering

Mensen hebben ooit voor een bepaalde organisatie gekozen omdat deze past bij hun waarden en persoonlijkheid; verandering willen ze dan ook niet. De waarde-ring is een methode om waarden te vinden en vóór de verandering te laten werken.

Waarde-ring in drie stappen

De Waarde-ring bestaat uit de volgende drie stappen (Rijnja & Van der Pool, 2014):

1. Overzicht: Classificeer. Breng in kaart:

  • Krachtenveld. Stel per stakeholder vast: rol, standpunt, belang, emoties, waarden.
  • Relevante feiten.
  • Voorliggende kwestie. Waar gaat het om, volgens de stakeholders?

2. Inzicht: Comfronteer. Bespreek de waarden en hoe belangrijk deze zijn. Stel hiervoor de volgende vragen:

  • Wat vertellen de stakeholders over elkaars waarden – bewust en onbewust?
  • Wat zijn de belangrijkste waarden & welke waarden zijn strijdig/ gedeeld?

Waarden Eigen Gedeeld Rijnja vdPool

  • Wat leren deze waarden over de rollen, standpunten en belangen (zie krachtenveld).

3. Uitzicht: Concretiseer. Bedenk, bespreek en bepaal perspectieven voor een werkbare situatie. Zorg dat alle stakeholders anders/ positiever tegen de situatie gaan aankijken: reframen, d.m.v. woorden en beelden. Doe hiervoor het volgende:

  • Maak duidelijk welke waardevolle opties er zijn: wat voor moois kan er door de verandering ontstaan.
  • Maak de hoogst nodige afspraken & Geef aan welke voorwaarden belangrijk zijn.
  • Stimuleer terugkoppeling & behoud de dialoog tijdens het vervolg.

Lees ook:

Corporate Identity Mix

De Corporate Identity Mix (Birkigt & Stadler)
De Corporate Identity Mix (Birkigt & Stadler)

De Corporate Identity Mix bestaat uit vier instrumenten, net als de Marketing Mix. Er is nog een parallel tussen beide Mixen: ze hebben allebei een duidelijk middelpunt. De Marketing Mix heeft namelijk een markt als doel. Voor de Corporate Identity Mix is de ondernemingspersoonlijkheid de dynamische kern en uitgangspunt, volgens Birkigt, Stadler & Funck op pagina 19 in hun boek Corporate Identity uit 2000.

Specificeren van de instrumenten
Deze Duitse auteurs zien de Corporate Identity als een samenhangend geheel van verschijningsvorm, woorden en daden, samen met haar ‘wezen’. Ze specificeren dit als: ondernemings-gedrag, ondernemings-verschijningsvorm en ondernemings-communicatie die onderling samenhangen en ook moeten samenhangen met de veronderstelde ondernemings-persoonlijkheid. Die ondernemings-persoonlijkheid is hoe de organisatie blijkbaar zichzelf kent (Birkigt, Stadler & Funck, 2000, p18).

Kort Specifiek
Woorden Ondernemings-communicatie
Daden Ondernemings-gedrag
Verschijningsvorm Ondernemings-verschijningsvorm
Wezen Ondernemings-persoonlijkheid

Schema: Instrumenten van de Corporate Identity Mix, naar Birkigt, Stadler & Funck.

De Corporate Identity is belangrijk, omdat het de belangrijkste beïnvloeder is van het Corporate Image.

Lees ook: