| 2 Communicatiestrategie Analyseren Kansen, Bedreigingen, Sterktes en Zwaktes van de Communicatiestrategie. |
De Communicatiestrategie van je campagne geeft antwoord op de vraag ‘wie zegt wat, in welk kanaal, tegen wie, met welk effect?’ (dit is het Verbale Communicatiemodel van Lasswell).

Dit artikel gaat over Stap 2 Communicatiestrategie Analyseren, uit het Communicatie Stappenplan voor NIMA A2 en MBO 4.
In dit artikel over Communicatiestrategie Analyseren:
- Over Communicatiestrategie
- Motiverende Boodschap moet óverkomen bij de Doelgroep
- Macro, Meso, Micro omgeving
- Macro-omgeving voor Communicatiestrategie Analyseren
- Meso-omgeving voor Communicatiestrategie Analyseren
- Micro-omgeving: Eigen Communicatiestrategie Analyseren met Lasswell
- In je Scriptie
Over Communicatiestrategie
Er zijn verschillende manieren om naar Communicatiestrategie te kijken. In zijn boek Communicatiestrategie beschrijft Wil Michels bijvoorbeeld praktische communicatiestrategieën die een Merk, Bedrijf of Organisatie als geheel kan toepassen. Het gaat dan over Communicatiestrategie op Strategisch Niveau, dit wordt toegepast in Communicatiebeleid.
Hier in het Communicatie Stappenplan voor NIMA A2 en MBO 4 hebben we het echter over het ontwikkelen van een Communicatiestrategie voor een Campagne. Dit wordt ook wel een Campagnestrategie genoemd. De Communicatiestrategie wordt concreet uitgewerkt in een Communicatieplan (zie Stap 5 Campagneplan & Evaluatie). Aangezien het over een Campagne gaat, hebben we het over een Communicatiestrategie op Tactisch Niveau. Zodoende moet je voor de Communicatiestrategie voor een Campagne de Vijf Elementen van het Verbale Communicatiemodel van Lasswell invullen.

Motiverende Boodschap moet óverkomen bij de Doelgroep
In je scriptie voor NIMA A2 Communicatie, ga je een Organisatie- of Bedrijfsprobleem helpen oplossen met een zo effectief (doeltreffend) en efficiënt (doelmatig) mogelijke Communicatiestrategie. Dit betekent dat je ervoor zorgt dat de Vijf Elementen van het Verbale Communicatiemodel van Lasswell, optimaal op elkaar zijn afgestemd en gericht zijn op het behalen van Communicatie-effecten: verandering van Kennis, Houding en/ of Gedrag bij de Doelgroep. Om deze effecten te behalen is het ontwikkelen van een motiverende Boodschap cruciaal. Vandaar dat in Stap 2 Communicatiestrategie Analyseren vrij veel aandacht is voor het vinden van hoe je de Doelgroep kunt motiveren.

De Communicatie-effecten vinden plaats bij de mensen in de Doelgroep. Daarom is het belangrijk dat jij je kunt inleven in de Doelgroep. (Zo scoor je hoger op Competentie 6 Doelgroepgericht.) Denk dus vanuit de doelgroep: Outside-in en vul niet in wat zij volgens jou vinden: NIVEA-principe.
Niet iedereen is op dezelfde manier te motiveren. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld te motiveren met geld en carrière, andere mensen zijn meer geïnteresseerd in familie en vrienden, weer ander mensen gaan voor genieten en ontspanning. Deze mensen kunnen allemaal binnen dezelfde Doelgroep vóórkomen. Daarom moet je voor een effectieve en efficiënte Communicatiestrategie de Doelgroep verdelen in verschillende Segmenten.
In Stap 1 Strategisch Kader, heb je bepaald op welke Stakeholder je het Communicatieplan gaat richten (in: Bijdragen aan continuïteit: ITO-model). Als je jouw Communicatieplan gaat richten op een Stakeholder, dan wordt deze Stakeholder een Doelgroep. Nu in Stap 2 Communicatiestrategie Analyseren, ga je onder andere analyseren welke kenmerken van de Stakeholder belangrijk zijn voor je Communicatiestrategie. Met deze kenmerken kun je de Doelgroep segmenteren.
Zo kun je straks in Stap 3 Confrontatie & Conclusie concluderen wat de precieze Communicatiedoelgroepen moeten zijn en waarmee zij zijn te motiveren. In Stap 4 Creatie ga je dan de Middelenmix en Afzender bepalen, om ervoor te zorgen dat de Boodschap óverkomt bij de Communicatiedoelgroep. In Stap 3 en Stap 4 ga je dus de Vijf Elementen van het Verbale Communicatiemodel van Lasswell preciezer invullen. Dit doe je op basis van Stap 2 Communicatiestrategie Analyseren.
Macro, Meso, Micro omgeving
Je gaat een Campagne ontwikkelen, zodat het Bedrijf of de Organisatie haar Bedrijfs-/ Organisatiedoelen kan behalen. (Zie: Marketing-, Communicatie- of HRM-beleid ondersteunen met Communicatie.) Die Campagne is dus een manier om invloed uit te oefenen op de omgeving van het Bedrijf of de Organisatie; met name door het beïnvloeden van de Kennis, Houding en Gedrag van de Doelgroepen.
De Communicatiestrategie voor die Campagne moet daarom inspelen op de omgeving van het Bedrijf/ de Organisatie, dezelfde omgeving waarin ook de Doelgroepen zich bevinden. Die omgeving kunnen we als volgt indelen:
- Micro-omgeving. Factoren waarop de organisatie, of het bedrijf, zélf invloed kan uitoefenen en die ze kan beheersen. (Dit hoort bij de Interne Omgeving.)
- Meso-omgeving. Factoren op het niveau van markt/ branche; waarop de organisatie wel enigszins invloed op kan uitoefenen, maar die ze niet kan beheersen. (Dit hoort bij de Externe Omgeving.)
- Macro-omgeving. Factoren op maatschappelijk niveau; waarop de organisatie géén invloed kan uitoefenen en ook niet kan beheersen. (Dit hoort ook bij de Externe Omgeving.)

Macro-omgeving voor Communicatiestrategie Analyseren
Voor het analyseren van de Macro-omgeving wordt vaak het DESTEP-model gebruikt. De benodigde informatie hiervoor haal je uit deskresearch. Hieruit kun je dan bijvoorbeeld concluderen dat vergrijzing een belangrijke Demografische factor is. Dit is relevant om op in te spelen met een Marketingstrategie, aangezien vergrijzing betekent dat de groep mensen die tijd en geld hebben, groter wordt.
Maar wat heb je eraan voor je Communicatiestrategie? Je kunt bijvoorbeeld concluderen dat vergrijzing een onderwerp is dat veel aandacht krijgt, dus als je aandacht wilt krijgen voor jouw boodschap kun je aanhaken bij vergrijzing.
Ook kun je ontdekken dat veel mensen in de Doelgroep boven de 50 jaar oud zijn en daarbij horen waarschijnlijk interesses zoals muziek uit de jaren ’80. Maar dit moet je wel zeker weten als je deze muziek in je Campagne wil gebruiken én je moet weten wélke muziek dan bij hen zal aanslaan. Dit achterhaal je door de Doelgroep te onderzoek, niet met het desk-research voor de DESTEP-analyse! (Dit doe je in de Analyse van de Meso-omgeving.) Analyse van de Macro-omgeving is hiervoor te algemeen: het zegt iets over algemene, maatschappelijke ontwikkelingen in Demografie en dergelijke. Het zegt weinig over de specifieke Doelgroep waarop jij je richt.
Aanvullend – of in plaats van – een DESTEP-analyse, kun je ook achterhalen wat trendwatchers signaleren. Zo kun je onderwerpen vinden waar mensen aandacht voor hebben. (In het artikel over Trendwatching vind je o.a. links naar sites van trendwatchers.)
De Macro-omgeving analyseer je met behulp van algemene informatie uit Desk-research. Het bijhouden van de actualiteit is hiervoor belangrijk. Onderbouw je bevindingen door cijfers te achterhalen bij het CBS. (Vermeld altijd de bron van je informatie! Als je een site gebruikt, moet je ook de datum van raadplegen vermelden.)
Je scriptie mag maar 10-15 pagina’s zijn. Zet je eventuele DESTEP-analyse, analyse van Trendwatchers en eventuele andere analyses van de Macro-omgeving daarom in de Bijlages. Vermeld in je hoofdstuk alleen de zaken die belangrijk zijn voor je Communicatiestrategie.
Hulpvragen over de Macro-omgeving
- Wat zijn Kansen en Bedreigingen wat betreft Technische ontwikkelingen van de media (zoals opkomst van nieuwe platforms, nieuwe devices, etc.)
- Wat zijn Kansen en Bedreigingen vanuit ontwikkelingen in de media? Met name: wat komt meer/ minder op de agenda?
- Wat zijn Kansen en Bedreigingen wat betreft Ontwikkelingen in het Medialandschap (zoals bedrijven, binnen- en buitenlandse politici en regeringen die media opkopen, meer/ minder invloed krijgen, etc.)
- Welke invloed (positief/ negatief) kunnen factoren in de Macro-omgeving hebben op de Motivatie van de doelgroep?
- etc.
De antwoorden op deze hulpvragen kunnen later in Stap 4 Creatie inspirerend zijn voor ‘Bridging‘.
Vermeld altijd de bronnen die je hebt gebruikt, anders scoor je geen voldoende op Competentie 1 Onderzoekend vermogen.
Vat Kansen en Bedreigingen samen
- Kansen en Bedreigingen zijn hier Externe Factoren uit de Macro-omgeving: positieve en negatieve punten waarop de organisatie géén invloed kan uitoefenen.
- Beschrijf deze factoren zo kort en concreet mogelijk.
- Als je bijvoorbeeld denkt dat vergrijzing een Kans is, maak dan concreet hoe dit voor de Communicatiestrategie een Kans kan zijn.
- Zet de Kansen op een rijtje onder elkaar en zet de Bedreigingen in een ander rijtje onder elkaar. Je kunt dit overzicht als Bijlage toevoegen aan je Scriptie.
Meso-omgeving voor Communicatiestrategie Analyseren
Het gaat hier over de directe omgeving van het Bedrijf of Organisatie. In een commerciële omgeving hebben we het dan met name over de markt. Verder gaat het bijvoorbeeld over de branche waarin het Bedrijf of Organisatie opereert. Lees hierna hoe je Concurrenten en Best Practices kunt analyseren.
Concurrenten Analyseren met Lasswell
Kies voor elke Concurrent een Campagne. Geef van elke Campagne een korte beschrijving, bijvoorbeeld geïllustreerd met een uiting die typisch is voor die Campagne. Beperk je tot de Campagnes waarmee de Organisatie/ het Bedrijf zich richt op de doelgroep.
Denk vanuit de mensen in de Doelgroep:
- Als zij op zoek zijn naar een product/ vacature/ etc. dat vergelijkbaar is met wat jij wilt aanbieden, wat zijn dan directe concurrenten waaruit zij kunnen kiezen?
- Zijn er ook indirecte concurrenten die relevant zijn? (Indirecte concurrenten voor een auto zijn bijvoorbeeld fiets, bus en trein.)
- Zijn er nieuwe toetreders, ‘kapers op de kust’, nieuwe concurrenten die eraan komen en die relevant zijn?
Zet deze concurrenten op een rijtje en beschrijf kort de campagne waarmee zij zich richten op de doelgroep. Geef bijvoorbeeld illustraties uit de campagne. Beschrijf van minstens de drie belangrijkste Concurrenten kort elk onderdeel van Lasswell’s verbale Communicatiemodel: Wie zegt wat in welk kanaal tegen wie met welk effect? Hieronder visueel weergegeven:

Afzender
- Welke Mensen en Merken worden door deze concurrent ingezet als beïnvloeders, ondersteuners (endorsers), of affiliates?
- Hoe worden deze ingezet?
Voorbeeld: Eiffel zet medewerkers in als ondersteuners

Eiffel is een detacheringsbedrijf voor hoger opgeleiden. Het is vrij klein vergeleken concurrenten op de arbeidsmarkt. Bij studenten maakt dit het bedrijf onbekend en onbemind. Vandaar dat Eiffel voor studenten een communicatiestrategie hanteert, waarbij niet het merk Eiffel, maar haar medewerkers op de voorgrond worden gezet.
Medewerkers vertellen hun verhalen via verschillende media. Bovendien is één van de communicatie-activiteiten dat ze gastlessen geven op hogescholen en universiteiten. Zo raken studenten geïnteresseerd in het verhaal van deze medewerker en raken daarna geïnteresseerd in Eiffel als werkgever.
Boodschap
- Welke onderwerpen worden door deze concurrent gebruikt om de doelgroep te motiveren om voor hun product/ vacature/ etc. te kiezen?
- Welke content (tekst, beeld etc.) wordt gebruikt om de boodschap over te brengen?
- Welke rationele argumenten worden door deze concurrent gebruikt?
- Welke gevoelens/ emoties probeert deze concurrent op te roepen, via beeld?
- Welke gevoelens/ emoties probeert deze concurrent op te roepen, via tekst?
- Op welke andere manieren probeert deze concurrent gevoelens/ emoties op te roepen? Welke gevoelens/ emoties?
- Welke Tone-of-Voice wordt gebruikt?
Middelenmix
- Welke Communicatiemiddelen en Communicatie-acties zet deze Concurrent in?
- Het kan hier gaan over: online, offline, paid, owned, earned, shared.
- Denk bij Communicatie-acties bijvoorbeeld aan Guerrilla Marketing, Free Publicity en SEO.

Doelgroep
- Wat zijn segmentatie-kenmerken van de communicatiedoelgroep van de campagne van deze Concurrent?
- Probeer hier achter te komen via desk research (vermeld je bronnen!), als dit niet lukt dan kun je dit zelf interpreteren.
- Lees meer over Segmentatie.
Effecten
- Welke Effecten bij welke Segmenten/ Doelgroepen probeert deze Concurrent te bereiken?
- Geef bij elk segment/ doelgroep aan welke kennis de concurrent probeert over te brengen. Wat moet de doelgroep weten?
- Geef bij elk segment/ doelgroep aan welke houding de concurrent probeert op te roepen. Wat moet de doelgroep voelen?
- Geef bij elk segment/ doelgroep aan welke gedrag de concurrent probeert op te roepen. Wat moet de doelgroep doen?
- Probeer hier achter te komen via deskresearch (vermeld je bronnen!), als dit niet lukt dan kun je dit zelf interpreteren.
Samenvatten in Tabel
Vat het voorgaande samen in een Tabel, noteer ook wat volgens jou Sterktes en Zwaktes zijn van ieder van de concurrenten met hun Campagnes. Vermeld ook uit welke bron je de informatie hebt.
| Afzenders | Middelen-mix | Bood-schap | Doel-groep | Effecten | Sterktes | Zwaktes | |
| Concurrent 1 & bron | |||||||
| Concurrent 2 & bron | |||||||
| Concurrent… |
Best Practices Analyseren met Lasswell
Best Practices zijn voorbeelden van andere bedrijven/ organisaties die een vergelijkbaar probleem hebben opgelost en die voor jou een voorbeeld zijn waar je van kunt leren. Het gaat hier over Communicatie-problemen die ze hebben opgelost. Het kan hier gaan over heel andere producten in heel andere landen of markten. Kies minstens drie campagnes, elke campagne is één Best Practice. Geef ook aan waarom je voor deze Best Practice hebt gekozen: wat is de overeenkomst met het communicatieprobleem dat jij aanpakt?
Analyseer van minstens drie Best Practices kort elk onderdeel van Lasswell’s verbale Communicatiemodel, op dezelfde manier als Concurrenten Analyseren met Lasswell.
Best Practices vinden:
- Goede voorbeelden van campagnes staan vaak in leerboeken over Communicatie, Marketingcommunicatie of Marketing.
- Actuele voorbeelden kun je vinden op: Effies.nl.
Samenvatten in Tabel
- Vat het voorgaande samen in een Tabel.
- Noteer wat volgens jou Sterktes en Zwaktes zijn van ieder van de Best Practices.
- Vermeld uit welke bron je de Best Practice hebt.
- Voeg toe wat je uit deze Best Practices kunt leren voor het oplossen van jouw Communicatieprobleem.
| Afzenders | Middelen-mix | Bood-schap | Doel-groep | Effecten | Sterktes | Zwaktes | |
| Best Practice 1 & bron | |||||||
| Best Practice 2 & bron | |||||||
| Best Practice 3 & bron |
Voorbeeld van Best Practice Analyse: Mammy Suri
Mammy Suri, een klein bedrijf dat Surinaamse sausen maakt, wil haar markt uitbreiden naar mensen die nog niet vaak Surinaams koken. Uit onderzoek blijkt dat deze doelgroep het merk niet kent, maar de mensen die het wél kennen, of ermee kennismaken, hebben er een sterke merkvoorkeur voor, omdat ze het associëren met ‘authentiek’, ‘hoogwaardige ingrediënten’ en ‘lekker’. Mammy Suri heeft er daarom voor gekozen om deze begrippen te kiezen als kernwoorden.
Het probleem is dus dat de doelgroep het merk niet kent en niet associeert met de kernwoorden. Met een media-campagne is de bekendheid wel te vergroten, maar dit leidt pas tot een positieve houding, als het merk ook wordt geassocieerd met de kernwoorden. Daarom is gekeken naar hoe andere merken zich associëren met hun kernwoorden.
Er is vrij veel informatie verzameld en geanalyseerd. De resultaten hiervan kunnen worden samengevat in onderstaande tabel:
Best Practices waarvan Mammy Suri kan leren:
| Best Practice | Afzenders | Middelen-mix | Bood-schap | Doel-groep | Effecten | Sterktes | Zwaktes |
| Nike. Bron: Kotler, P., & Keller, K. L. (2019). Marketing management (15e ed.). Pearson | Nike en bekende en onbekende sporters. | Televisiereclames, social media, billboards, influencer marketing. | Doen en blijven doen, zodat je het beste uit jezelf haalt. | Sporters en mensen die actief willen worden | Versterkte merk-associatie met motivatie en doorzet-tings-vermogen. | Sterke emotionele betrokkenheid, wereldwijde herkenbaarheid, brede doelgroep. | Mogelijk minder effectief voor niche-segmenten. |
| Dove. Fuchs, C., Schreier, M., & van Osselaer, S. M. J. (2021). Brand Activism: Purpose and the Consumer. Journal of Marketing Research, 58(1), 18-34. | Dove en diverse vrouwen. | Televisiereclames, social media, printmedia, PR-campagnes. | Echte schoonheid komt in alle vormen en maten. | Vrouwen en jonge meisjes wereldwijd. | Versterkte merk-associatie met authentieke schoonheid. | Sociale relevantie, sterke emotionele connectie, lange termijn impact. | Risico op sceptische reacties en kritiek op merk-oprechtheid. |
| AirBnB. Smith, A. N., Fischer, E., & Yongjian, C. (2020). Digital Trust in the Sharing Economy. Harvard Business Review, 98(5), 112-121 | AirBnB, hosts en reizigers. | Video-advertenties, social media, blogs, influencers. | Met AirBnB-creëer je mooie verhalen en herinneringen. | Reizigers en potentiële hosts. | Versterkt gevoel van sympathie en vertrouwen ten opzichte van AirBnB. | Sterke storytelling, authentieke content, gebruik van echte gebruikerservaringen. | Moeilijker controleerbaar effect, afhankelijk van user-generated content. |
Lessons learnt
- Influencers en merken met een sterke reputatie vergroten geloofwaardigheid.
- Authentieke verhalen van echte mensen verhogen de emotionele impact.
Micro-omgeving: Eigen Communicatiestrategie Analyseren met Lasswell
Nu je Concurrenten en Best Practices hebt geanalyseerd, kun je bepalen wat de Kansen, Bedreigingen, Sterktes en Zwaktes zijn van de eigen Communicatiestrategie van jouw opdrachtgever. Kies een aantal Campagnes van de Organisatie/ het Bedrijf. Geef van elke Campagne een korte beschrijving, bijvoorbeeld geïllustreerd met een uiting die typisch is voor die Campagne. Beperk je tot de Campagnes waarmee de Organisatie/ het Bedrijf zich richt op de Doelgroep.
Hieronder vind je Hulpvragen en Tips voor elk van de Vijf Elementen van het Verbale Communicatiemodel van Lasswell. Algemene vraag hierbij is:
Wat zijn bij ongewijzigd beleid Sterkten, Zwakten, Kansen en Bedreigingen van onze Communicatiestrategie?
Afzender
Het Bedrijf of de Organisatie is niet altijd de beste Afzender. De Doelgroep kent het bedrijf bijvoorbeeld niet, of men heeft er geen goed gevoel bij. Vandaar dat het vaak een goed idee is om een andere Afzender in te schakelen. Bijvoorbeeld een influencer, of door samen te werken met een merk waarmee de Doelgroep wél een band heeft. Denk bijvoorbeeld aan merken die sport sponsoren of evenementen sponsoren en zo hun merknaam verbinden aan een merknaam waar de doelgroep een emotionele band mee heeft. Denk aan het volgende:
- Welke Mensen worden op dit moment ingezet als beïnvloeders, ondersteuners (endorsers) en affiliates?
- Welke Merken worden op dit moment ingezet als beïnvloeders, ondersteuners (endorsers) en affiliates?
- Vergelijk de Organisatie/ het Bedrijf met de Concurrenten en Best Practices die je hiervóór hebt geanalyseerd:
- Wat is er Sterk en Zwak aan de Organisatie/ het Bedrijf/ het Merk om de Doelgroep te kunnen overtuigen?
- Welke Kansen en Bedreigingen vormen andere Afzenders, zoals, tussenpersonen, influencers etc. en andere merken?
- Bieden deze een Kans om te dienen als ‘ondersteuners’?
- Kunnen ze een Bedreiging vormen, doordat ze optreden als ‘stoorzender’?
- Welke Mensen & Merken vinden de mensen in de Doelgroep leuk, of zijn ze zelfs fan van? Aan wie geven ze graag aandacht? Wie vertrouwen ze? Van wie nemen ze makkelijk een mening over?
- Achterhaal dit eventueel met interviews met 7 mensen uit de Doelgroep.
- Als je interviewt, kun je hoger scoren op Competentie 1 Onderzoekend Vermogen, zie NIMA A2 Communicatie Exameneisen en Beoordeling.
Boodschap
De huidige Boodschap die de Organisatie of het Bedrijf nu gebruikt in haar communicatie met de doelgroep, is niet altijd de beste Boodschap om de aandacht van de Doelgroep mee te trekken, ook is het niet altijd de beste Boodschap om de Houding van de mensen uit de Doelgroep positief mee te beïnvloeden. Denk aan het volgende:
- Welke onderwerpen worden nu gebruikt om de doelgroep te motiveren om te kiezen voor de Organisatie/ het Bedrijf?
- Welke Tone-of-Voice wordt gebruikt?
- Wat zijn onderwerpen waarmee je de Aandacht van de mensen uit de Doelgroep kunt krijgen?
- Sluit bijvoorbeeld aan bij trends die je uit een DESTEP-analyse kunt halen, of – beter – die trendwatchers signaleren. (In het artikel over Trendwatching vind je o.a. links naar sites van trendwatchers.)
- Hoe Sterk/ Zwak past de huidige Boodschap bij de onderwerpen waarmee je de aandacht van de Doelgroep kunt krijgen?
- Wat zijn onderwerpen waarmee je de Houding van de mensen uit de Doelgroep positief kunt beïnvloeden?
- Neem bijvoorbeeld bij 7 mensen uit de Doelgroep een Laddering-interview af, om te achterhalen wat Waarden en Motivaties van de doelgroep zijn.
- Concludeer welke Rokeach-waarden de Doelgroep belangrijk vindt. Ofwel: Welke Rokeach-waarden Motiveren de Doelgroep?
- Concludeer welke Maslow-behoeften de Doelgroep belangrijk vindt. Ofwel: Welke Maslow-behoeften Motiveren de Doelgroep?
- Hoe Sterk/ Zwak past de huidige Boodschap bij de onderwerpen die de Doelgroep kunnen motiveren?
- Hoe Sterk/ Zwak past de Purpose van de Organisatie/ het Bedrijf/ het Merk, bij wat de Doelgroep kan motiveren?
- Als je interviewt, kun je hoger scoren op Competentie 1 Onderzoekend Vermogen, zie NIMA A2 Communicatie Exameneisen en Beoordeling.
- Vergelijk de Organisatie/ het Bedrijf met de Concurrenten en Best Practices die je hiervóór hebt geanalyseerd.
- Concludeer wat Sterkten, Zwakten zijn van de Boodschap die nu door de Organisatie/ het Bedrijf wordt gebruikt.
Middelenmix
De Middelenmix die de Organisatie/ het Bedrijf/ het Merk nu gebruikt, bevat niet altijd de beste middelen om de doelgroep mee te bereiken. Denk aan het volgende:
- Wat zijn media en activiteiten die worden ingezet door de Organisatie/ het Bedrijf om in contact te komen met de Doelgroep?
- Interview bijvoorbeeld 7 mensen uit de Doelgroep en vraag hen welke media zij gebruiken om het soort informatie te zoeken dat jij wilt gaan aanbieden.
- Vraag eventueel door. Als je te horen krijgt dat ze TikTok gebruiken, vraag dan welke onderwerpen, welke personen etc. Hoe concreter hoe beter!
- Wees kritisch! Als de geïnterviewde zegt dat hij TikTok gebruikt, en jij wil een Campagne ontwikkelen om hoger opgeleide sollicitanten aantrekken, vraag dan of hij dit medium écht gebruikt om een baan te vinden.
- Vraag in dit interview ook naar de plekken waar de mensen uit de Doelgroep vaak komen. Zo kun je op creatieve ideeën komen om hen op onverwachte plekken te bereiken.
- Denk niet alleen aan massamedia en social media, maar ook aan evenementen en communicatie-acties.
- Straks in Stap 4 Creatie, kun je dan bijvoorbeeld Guerrilla Marketing toepassen.
- Vraag in dit interview tevens naar concerten en andere evenementen waar de Doelgroep heengaat.
- Ten eerste zijn dit plekken die je straks in Stap 4 Creatie kunt gebruiken om de Doelgroep te bereiken (zie: Touchpoints en Mogelijke Touchpoints).
- Ten tweede kun je in Stap 4 Creatie de momenten waarop dit speelt gebruiken voor de Timing.
- Ten derde kun je in Stap 4 Creatie deze evenementen gebruiken om op in te haken. (Zie Bridging.)
- Als je interviewt, kun je hoger scoren op Competentie 1 Onderzoekend Vermogen, zie NIMA A2 Communicatie Exameneisen en Beoordeling.
- Vergelijk de Organisatie/ het Bedrijf met de Concurrenten en Best Practices die je hiervóór hebt geanalyseerd.
- Concludeer wat Sterkten, Zwakten zijn van de Middelenmix die nu door de Organisatie/ het Bedrijf wordt gebruikt.
Doelgroep
De Doelgroep waarop de Organisatie/ het Bedrijf zich richt, kan vaak specifieker worden gemaakt, waardoor een nieuwe Campagne effectiever en efficiënter zal zijn.
- Vergelijk de Organisatie/ het Bedrijf met de Concurrenten en Best Practices die je hiervóór hebt geanalyseerd.
- Concludeer wat Sterkten, Zwakten zijn van de Doelgroep waarop de Organisatie/ het Bedrijf zich nu richt.
- Kun je de Doelgroep meer specifiek maken?
- Maak bijvoorbeeld een Persona, door het Persona Schetsvel in te vullen.
Hiervóór, bij Boodschap en Middelenmix, is aangegeven dat het een goed idee is om mensen te interviewen. Als je de resultaten van die interviews analyseert, dan kun je de Doelgroep specifieker beschrijven en misschien zelfs segmenteren. Als je interviewt, kun je hoger scoren op Competentie 1 Onderzoekend Vermogen, zie NIMA A2 Communicatie Exameneisen en Beoordeling.
Doelstelling
De Doelstelling waarmee de Organisatie/ het Bedrijf nu werkt, kan vaak specifieker worden gemaakt, waardoor een nieuwe Campagne effectiever en efficiënter zal zijn.
- Achterhaal welke kennis, houding en gedrag de Organisatie/ Het Bedrijf heeft bereikt met de bij de Doelgroep, met de huidige Campagnes.
- Vergelijk de Organisatie/ het Bedrijf met de Concurrenten en Best Practices die je hiervóór hebt geanalyseerd.
- Concludeer wat Sterkten, Zwakten zijn van de Doelstelling die de Organisatie/ het Bedrijf nu gebruikt in haar Campagne, gericht op de Doelgroep.
- Kan de Doelstelling meer specifiek worden gemaakt? Gericht op Kennis/ Houding/ Gedrag?
Samenvatten in Tabel
Vat het voorgaande samen in een Tabel en voeg Sterktes en Zwaktes toe:
| Afzenders | Middelen-mix | Bood-schap | Doel-groep | Effecten | Sterktes | Zwaktes | |
| Campagne 1 | |||||||
| Campagne 2 | |||||||
| Campagne … |
- Sterktes en Zwaktes zijn Interne Factoren: positieve en negatieve punten waarop de organisatie zélf invloed kan uitoefenen.
- Beschrijf deze factoren zo concreet mogelijk:
- Als je bijvoorbeeld denkt dat de Missie een Sterkte is, maak dan concreet hoe die de Doelgroep kan motiveren.
Vat Kansen en Bedreigingen samen
- Vat de Kansen en Bedreigingen samen, waarop je moet inspelen met het ontwikkelen van een nieuwe Communicatiestrategie.
- Die Kansen en Bedreigingen blijken uit de Analyse van de Concurrenten en de Analyse van de Best Practices.
- Zet deze Kansen op een rijtje onder elkaar.
- Zet deze Bedreigingen in een ander rijtje onder elkaar.
- Je kunt dit overzicht als Bijlage toevoegen aan je Scriptie.
In je Scriptie
Zet in je scriptie voor NIMA A2 Communicatie de Kansen, Bedreigingen, Sterktes en Zwaktes van de Communicatiestrategie. En onderbouw hoe je hieraan bent gekomen. Dus verwijs naar bijlagen met analyses van de Macro, Meso en Macro omgeving, en herhaal de belangrijkste punten uit deze analyses in je scriptie. (Je scriptie mag 10-15 pagina’s lang zijn.) Zo scoor je op Competentie 2 Analytisch Vermogen.
Scoor op Competentie 1 Onderzoekend Vermogen, door:
- Voortdurend verwijzen naar je onderzoek.
- Voortdurend verwijzen naar de bronnen die je hebt gebruikt.
