Inhoud ‘Scriptie Schrijven voor Nima A2 Communicatie’
Tips voor de onderdelen van je Scriptie
Zet in ieder geval de volgende onderdelen in je Scriptie voor Nima A2 Communicatie:
- Samenvatting
- Voorwoord
- Inleiding
- “Middenstuk”
- Bronnenlijst
- Bijlagen
Hierna volgen per onderdeel tips voor wat je in je Scriptie zet. Zie ook:
Tips voor de Samenvatting
Zorg dat al in de samenvatting duidelijk is dat je positief scoort op de verschillende beoordelingscriteria (zonder deze beoordelingscriteria letterlijk te noemen).
De samenvatting moet als zelfstandige tekst/ document leesbaar zijn en daarmee moet de lezer volledig op de hoogte worden gebracht van de essentie van het rapport.
Zet in je Samenvatting:
- Over Welk Merk/ Bedrijf/ Organisatie gaat het?
- Wat is het Probleem/ Aanleiding? (Eventueel ook: Wat is de oorzaak van het Probleem?)
- Hoe heb je het Probleem nader Onderzocht?
- Wat zijn de belangrijkste Resultaten & Conclusies uit je Onderzoek?
- Wat moet de opdrachtgever gaan doen: wat zijn je belangrijkste Adviezen? (Eventueel ook: Hoe moet hij dit gaan doen?)
Je Samenvatting is het eerste dat de lezer leest, hierop baseert hij zijn eerste indruk. Zorg dus dat die goed is. Maak een goed kloppend verhaal van je samenvatting. Neem daarna je rapport door en zorg dat het verhaal uit je samenvatting makkelijk herkenbaar is in je rapport.
Wek meteen aan het begin van de Samenvatting de interesse van de lezer. Bijvoorbeeld een dilemma te schetsen, zoals: Wat is het probleem en wat kan jij bijdragen aan de oplossing?
Tips voor het Voorwoord
In het Voorwoord bedank je mensen waaraan je veel hebt gehad bij het tot stand brengen van je Scriptie. Ook kun je vertellen over de uitdagingen en kansen die je persoonlijk hebt gekregen door het schrijven van de Scriptie.
Je Voorwoord kun je dan ook pas achteraf schrijven. Het Voorwoord is als het woordje dat de regisseur geeft vóór dat het doek wordt opengetrokken voor het toneelstuk dat zich gaat afspelen.
Een Voorwoord is niet verplicht, maar het maakt je Scriptie wél completer en daarmee maak je een betere indruk.
Tips voor de Inleiding
Maak in de Inleiding persoonlijk contact met de lezer. Zet er daarom in:
- Wat is jouw relatie met de organisatie?
- Voor welke organisatie schrijf je het plan?
- Korte omschrijving van de organisatie.
- Wat is de aanleiding?
- Het gaat hier dus om de aanleiding die er bij de opdrachtgever was vóórdat je onderzoek en analyse ging doen.
- Je kunt je hier baseren op wat de opdrachtgever vertelde, bij het begin van je project.
- Eventueel kun je de opdrachtgever citeren.
- Waarover gaat de Campagne? Welk probleem lost de Campagne op?
Net als het Voorwoord, is een Inleiding niet verplicht, maakt het je Scriptie wél completer en maak je dus een betere indruk.
Tips voor het “Middenstuk”
- Het “Middenstuk” noem je niet zo in je Scriptie! Het “Middenstuk” bestaat uit een aantal inhoudelijke hoofdstukken. Zodoende is het “Middenstuk” de Kern van je scriptie.
- Je kunt bijvoorbeeld het “Middenstuk” invullen met behulp van het ‘Strategisch Communicatieplan voor een Campagne‘.
Strategisch Communicatieplan voor een Campagne
Klik op een van onderstaande buttons en je wordt doorgelinkt naar uitleg over de bijbehorende stap uit het ‘Strategisch Communicatieplan voor een Campagne‘
De inhoudelijke hoofdstukken van je “Middenstuk” zijn belangrijk, maar minstens zo belangrijk is de onderbouwing van de inhoud! Zo onderbouw je de Scriptie:
- Vermeld in je scriptie het Onderzoek en de Analyse die hebben geleid tot jouw voorstel voor een Campagne.
- Gebruik hiervoor aansprekende hoofdstuktitels; dus waarschijnlijk niet de titel ‘Onderbouwing’.
- En/ of vermeld de onderbouwing met Onderzoek en Analyse niet (alleen) in aparte hoofdstukken maar (ook) in de inhoudelijke hoofdstukken.
- Zet de verslagen van je Onderzoek en van je Analyse in de Bijlagen. Vermeld in de hoofdstukken alleen het belangrijkste én verwijs naar de betreffende Bijlage.
Tips voor de Bronnenlijst
- Zet in je Bronnenlijst alleen bronnen die je hebt gebruikt en waarnaar je verwijst in je scriptie.
- Volg de APA richtlijnen.
Tips voor de Bijlagen
Zet in de Bijlagen alleen informatie waarnaar je verwijst in het “Middenstuk”. Zoals bijvoorbeeld:
- Bijlage: Interviewvragen.
- Bijlage: Interviewverslagen.
- Bijlage: Analyse van Interviewverslagen. (Inclusief conclusies met antwoord op de vraag: Wat betekenen deze resultaten voor de Campagne?)
- Bijlage: Enquetevragen.
- Bijlage: Enqueteresultaten.
- Bijlage: Analyse van Enqueteresultaten. (Inclusief conclusies met antwoord op de vraag: Wat betekenen deze resultaten voor de Campagne?)
- Bijlage: Verslagjes van informele gesprekjes. (Inclusief conclusies met antwoord op de vraag: Wat betekenen deze resultaten voor de Campagne?
- Bijlage: Analyses met behulp van managementmodellen en marketingmodellen. (Zoals 7S, 5 Krachten, DESTEP, etc.
- Vergeet niet om bij deze analyses conclusies toe te voegen: Wat betekent de analyse met behulp van dit model voor de Campagne?
- Zet deze analyses met behulp van managementmodellen en marketingmodellen, in de Bijlagen en niet in het “Middenstuk” want:
- Deze analyses hadden al gedaan moeten zijn voordat je begon aan het ontwikkelen van de Campagne.
- Zodoende heb je in het “Middenstuk” meer ruimte om dieper in te gaan op het effectief en efficiënt maken van de Campagne.
- Check bij het management of zij het eens zijn met jouw analyses. Pas de analyses vervolgens eventueel aan. Vermeld bij je analyses dat je ze gecheckt hebt met het management en dat het management het eens is met deze analyses.)
Eerst Bijlagen, dan Scriptie, dan Samenvatting
Misschien ben je geneigd om te beginnen met je Scriptie en dan de Bijlagen erachteraan te plakken. Het is echter beter om te beginnen met de Bijlagen. Schrijf dan pas je Scriptie om de lezer mee te nemen in je zoektocht naar de oplossing. Voeg tenslotte de Samenvatting toe.

Je Scriptie groeit als een plant.
Tenslotte kan de Samenvatting bloeien.
Hoe scoor je op de Beoordelingscriteria?
- Check je scriptie regelmatig met de NIMA A2 Communicatie Beoordelingscriteria PDF.
- Lees de NIMA-A2-Communicatie_exameneisen-per-2026 PDF.
- Hieronder volgen de Beoordelingscriteria, met Tips voor hoe je kunt scoren op de Beoordelingscriteria & hoe je veel gemaakte fouten kunt vermijden.
Hoe scoor je op ‘Competentie 1 Onderzoekend Vermogen’?
De ‘Competentie 1 Onderzoekend Vermogen’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Er is geen informatie verzameld (geen desk research en geen field research). | Er is beperkt informatie verzameld uit desk research, maar bronnen worden niet vermeld. | Er is informatie verzameld uit desk research en bronnen zijn vermeld. | Er is relevante informatie verzameld uit desk research met bronvermelding. Er is field research (interviews/ enquête) uitgevoerd. | Er is hoogwaardige relevante secondaire informatie gezocht uit desk research met bronvermelding. Er is field research (interview, enquête of beide) waarbij ook toegelicht wordt / kan worden waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. |
Scoor op de ‘Competentie 1 Onderzoekend Vermogen’, door:
- Verwijs voortdurend naar je Onderzoek en Analyses (in de Bijlagen).
- Vermeld altijd de Bronnen die je hebt gebruikt, anders kun je geen voldoende scoren. (Vermeld deze bronnen in de Bronnenlijst en gebruik daarvoor de APA-richtlijnen.)
- Als je interviewt, kun je hoger scoren.
- Als je een enquete afneemt, kun je hoger scoren
- Als je pre-test, kun je hoger scoren.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Vermeld altijd de bron waar je de Missie/ Mission Statement, Visie en Kernwaarden vandaan hebt gehaald; vermeld ook altijd de datum waarop je deze bron hebt geraadpleegd.
- Ook als je Missie/ Mission Statement, Visie en Kernwaarden uit een gesprek met een leidinggevende hebt. Verwijs dan liefst naar een Bijlage met daarin een kort verslagje van dit gesprek, inclusief datum en plaats waarop het gesprek plaatsvond.
- Dit is belangrijk, aangezien Missie/ Mission Statement, Visie en Kernwaarden nogal eens worden geüpdatet én omdat op verschillende plaatsen verschillende varianten staan.
- Bovendien worden Missie/ Mission Statement, Visie en Kernwaarden door verschillende mensen vaak verschillend beleefd. Vooral het verschil tussen leidinggevenden en andere medewerkers kan groot zijn.
- Bij sommige Analysemodellen geef je scores aan verschillende opties (bijvoorbeeld in de Confrontatie-matrix, behorend bij de SWOT-analyse, of bij het FSA-model). Geef dan altijd aan hoe je aan die scores bent gekomen. Sommige manieren zijn objectiever (dus betrouwbaarder) dan andere manieren:
- Zelf invullen: subjectief, niet zo betrouwbaar.
- Met team/ collega’s invullen: objectiever, dus betrouwbaarder.
- Met opdrachtgever invullen: minder objectief dan met een team/ collega’s invullen. Voordeel: meer draagvlak voor de gekozen oplossingsrichting.
- Met opdrachtgever én team/ collega’s invullen: redelijk objectief én zo creëer je draagvlak voor de gekozen oplossingsrichting.
Hoe scoor je op ‘Competentie 2 Analytisch Vermogen’?
De ‘Competentie 2 Analytisch Vermogen’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Onderscheidt geen hoofd- en bijzaken. | Onderscheidt nauwelijks hoofd- en bijzaken. | Onderscheidt hoofd- en bijzaken. | Onderscheidt hoofd- en bijzaken op een logische manier. | Onderscheidt hoofd- en bijzaken op een gestructureerde manier, en trekt hierbij ook een logische conclusie, die beargumenteerd kan worden. |
Scoor op de ‘Competentie 2 Analytisch Vermogen’, door:
- Laat regelmatig zien welke conclusies je trekt uit de gepresenteerde informatie én beargumenteer hoe je tot deze conclusie komt.
- Baseer je onder andere op de informatie die je ontvangt van de Organisatie. Denk zélf na over wat je nou eigenlijk kan bereiken met je Campagneplan en hoe je hiermee het Probleem van de Organisatie kunt helpen oplossen. Zo laat je zien dat een logische conclusie kunt trekken, die beargumenteerd kan worden.
- Concludeer bijvoorbeeld bij Uitgangspunten wat de Organisatiedoelstelling is, wat de Marketingdoelstelling of HRM-doelstelling is en wat de Communicatiedoelstelling is.
- Als je het verkeerde doel – of een vaag doel – beschrijft, dan richt je de hele Campagneplan op het bereiken van dit verkeerde of vage doel. Zo maak je een nogal zinloos plan en scoor je laag op Competentie 2: Analytisch Vermogen.
- Je kunt in je Budget voor de Campagne aangeven welke voorgestelde Middelen écht noodzakelijk zijn en welke eventueel gezien kunnen worden als bijzaken. Zo laat je zien dat je onderscheid kun maken tussen hoofd- en bijzaken, vooral als je dit logisch kunt beargumenteren.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Je scriptie mag 10-15 pagina’s lang zijn en 5 pagina’s met bijlagen bevatten, volgens NIMA-A2-Communicatie_exameneisen-per-2026 PDF.
- Als je scriptie te lang is, dan scoor je slecht op Competentie 2 Analytisch Vermogen, want blijkbaar kun je dan hoofd- en bijzaken niet op een logische manier scheiden.
- Een bijlage van meer dan 5 pagina’s telt minder zwaar.
- Zet je analyses en eventuele onderzoeksverslagen daarom in de Bijlages.
- Vermeld in je scriptie alleen de meest belangrijke zaken.
- In een SWOT-analyse mogen geen nieuwe punten komen: alle Sterktes, Zwaktes, Kansen en Bedreigingen moet logisch voortkomen uit de Externe Analyse en de Interne Analyse. (Anders scoor je slecht op Competentie 2 Analytisch Vermogen.)
Hoe scoor je op ‘Competentie 3 Synthese van de Operationele Keuzes’?
De ‘Competentie 3 Synthese van de Operationele Keuzes’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Kan vanuit de beschrijving voor onderzoeksadvies geen samenvatting en/of geen oplossing bepalen (bijv. bij een vraagstuk). | Kan vanuit de beschrijving voor onderzoeksadvies beperkte samenvatting en/of een oplossing bepalen, maar niet volledig consequent. | Kan vanuit de beschrijving voor onderzoeksadvies beperkte samenvatting en/of een oplossing bepalen. | Kan vanuit de beschrijving voor onderzoeksadvies beperkte samenvatting en/of een oplossing bepalen. En laat zien dat er samenhang is tussen strategische keuze en operationele uitwerking. | Kan vanuit de beschrijving voor onderzoeksadvies beperkte samenvatting en/of een oplossing bepalen. En laat zien dat er samenhang is tussen strategische keuze en operationele uitwerking. Beargumenteert keuzes. |
Scoor op de ‘Competentie 3 Synthese van de Operationele Keuzes’, door:
- Laat zien dat je informatie hebt verzameld – door middel van onderzoek – en dat je deze informatie hebt geanalyseerd. Laat vooral zien dat je de belangrijkste informatie uit deze analyses kunt samenvatten.
- Pas bijvoorbeeld toe: Externe Analyse & Interne Analyse plus Confronteren en Concluderen.
- Beter: Laat zien dat je – op basis van de geanalyseerde informatie – oplossingen kunt bepalen. Denk hierbij aan:
- Je kunt in je Budget voor de Campagne aangeven welke voorgestelde Middelen écht noodzakelijk zijn en welke eventueel gezien kunnen worden als bijzaken. Zo ‘laat (je) zien dat er samenhang is tussen strategische keuze en operationele uitwerking’.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Vaak vullen kandidaten analyse-modellen in en doen vervolgens weinig of niets met de resultaten.
- Je moet namelijk een Campagneplan maken met de daarbij behorende Boodschap, Content, Middelen en Afzenders.
- Dan moet je wél concluderen wat je analyses betekenen voor het Campagneplan.
Hoe scoor je op ‘Competentie 4 Creatief en Innovatief Vermogen’?
De ‘Competentie 4 Creatief en Innovatief Vermogen’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Het plan en/of de uitwerking daarvan is niet creatief, vernieuwend of innovatief. | Het plan en/of de uitwerking daarvan is matig creatief, vernieuwend of innovatief. Er worden bijv. bestaande ideeën gekopieerd. | Het plan en/of de uitwerking daarvan is gedeeltelijk creatief, vernieuwend of innovatief. Er worden bijv. bestaande ideeën gekopieerd of gecombineerd. | Het plan en/of de uitwerking daarvan is creatief, vernieuwend of innovatief. Er worden bijv. bestaande ideeën gecombineerd of nieuwe ideeën verzonnen. | Het plan en/of de uitwerking daarvan is creatief, vernieuwend of innovatief. Er worden bijv. bestaande ideeën gecombineerd of nieuwe ideeën verzonnen. En uitvoerig beargumenteerd. |
Scoor op de ‘Competentie 4 Creatief en Innovatief Vermogen’, door:
- Een Campagneplan met een creatieve invulling van Boodschap, Content, Middelen en Afzenders.
- Creatieve uitwerking van Content, in Tekst en Beeld, etc.
- Daarnaast kun je een Programma van Eisen en/ of Briefing opstellen voor een Creatief Team, of ontwerper.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Kandidaten hebben voor hun Campagneplan – en de uitwerking daarvan – soms nogal voor de hand liggende ideeën. Bijvoorbeeld:
- Voor de hand liggende Middelen, zoals Facebook, LinkedIn, brochures, etc. Deze middelen hadden ook bedacht kunnen worden zonder onderzoek en analyse. Ook is het de vraag of de Timing van deze Middelen wel optimaal is voor een zo effectief en efficiënt mogelijke Campagne.
- Deze ideeën worden al wat creatiever, vernieuwender en innovatiever, als ze concreet worden gemaakt. Bijvoorbeeld: welke concrete pagina’s, welke concrete onderwerpen, welke concrete personen?
- Nóg creatiever, vernieuwender en innovatiever is het als niet alleen deze gangbare middelen worden voorgesteld, maar ook middelen op Mogelijke Touchpoints in de Journey.
- Denk hierbij ook Outside-the Box, door niet alleen te denken aan Middelen, maar ook aan Evenementen en Acties: alles waarmee Kennis, Houding en Gedrag kan worden beïnvloed.
- Voor de hand liggende Boodschap, zoals de Boodschap die de Organisatie al had, of die de opdrachtgever heeft gegeven. Voor het verzinnen van deze Boodschap was geen uitgebreid onderzoek en analyse nodig, het is niet erg creatief én het is de vraag of deze Boodschap wel effectief is in het in gang zetten van de Domino van Communicatie-effecten.
- Verzin daarom een Boodschap die aansluit bij waarvoor de mensen in de Doelgroep enerzijds Aandacht hebben en anderzijds bij wat men al Kent/ Weet. Een Boodschap bovendien die hen raakt in hun waarden, emoties of motivaties, zodat hun Houding positief verandert.
- Daarvoor is het wél nodig dat je de Doelgroep leert kennen, door Interviews en/ of een Enquete.
- Voor het verzinnen van een effectieve en creatieve Boodschap kun je de Middel-Doelketen toepassen.
- Voor de hand liggende Content, zoals Tekst en Beeld die erg lijkt op wat de Organisatie al gebruikt, in plaats van Tekst en Beeld die de mensen in de Doelgroep aanspreekt.
- Om te weten welke Tekst en Beeld de mensen in de Doelgroep aanspreekt is het nodig dat je de Doelgroep leert kennen, door Interviews en/ of een Enquete. Bovendien is het een goed idee om de Content te pre-testen, zodat je weet of deze effectief zal zijn.
- Voor het meeste effect kan het nuttig zijn om Out-of-the-Box te denken en te denken aan Content in brede zin: alles waarmee zintuigen worden bespeeld.
- Voor de hand liggende Afzender, zoals de Organisatie, het Bedrijf of Merk waarvoor je het Campagneplan maakt. Deze Afzender is namelijk vaak niet erg effectief, aangezien het onbekend en/ of onbemind is. Vandaar dat het een goed idee kan zijn om er een andere Afzender bij te zoeken.
- Voor de hand liggende Middelen, zoals Facebook, LinkedIn, brochures, etc. Deze middelen hadden ook bedacht kunnen worden zonder onderzoek en analyse. Ook is het de vraag of de Timing van deze Middelen wel optimaal is voor een zo effectief en efficiënt mogelijke Campagne.
Hoe scoor je op ‘Competentie 5 Accountability’?
De ‘Competentie 5 Accountability’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Stelt geen of onjuiste doelen in termen van (meetbare) resultaten met de SMART methodiek. | Stelt een of enkele doelen vast echter niet in termen van (meetbare) resultaten met de SMART methodiek. | Stelt doelen in termen van (meetbare) resultaten en de meeste doelen ook met de SMART methodiek. | Stelt doelen in termen van (meetbare) resultaten en allemaal ook met de SMART methodiek. | Stelt doelen in termen van (meetbare) resultaten en ook allemaal met de SMART methodiek. Kan ook beargumenteren waarom deze gekozen zijn. |
Scoor op de ‘Competentie 5 Accountability’, door:
- Formuleer de Doelen volgens de SMART-formule.
- Beargumenteer waarom je deze Doelen hebt gekozen:
- Formuleer Kennisdoelen en/ of Houdingsdoelen en/ of Gedragsdoelen.
- Formuleer de Doelen per Doelgroep/ Segment/ Persona.
- Beargumenteer waarom juist deze Kennis/ Houding/ Gedrag bij juist deze Doelgroep/ Segment/ Persona moet veranderen. Het is daarom een goed idee om de Communicatiedoelstelling duidelijk af te leiden van de Marketingdoelstelling of HRM-doelstelling en de Organisatiedoelstelling en om dit te doen met behulp van het ITO-model.
- Je laat zien dat je echt accountable denkt als je bovendien:
- KPI’s beschrijft.
- De PDCA-cyclus toepast.
- Een Evaluatieplan maakt. Met behulp van het Evaluatieplan is het ook makkelijker te beargumenteren waarom juist déze SMART doelstellingen en KPI’s zijn geformuleerd.
- Een Fallback scenario voor de Campagne maakt, zodat de opdrachtgever erop kan rekenen dat de gestelde Doelen gehaald zullen worden.
- Pre-tests doet, zodat je al vrij zeker weet dat de Middelen het effect zullen hebben dat je nodig hebt om de Doelen te bereiken. Gebruik de resultaten van de pre-tests bovendien om te beargumenteren:
- Waarom je juist deze Doelen hebt gekozen; namelijk: omdat uit de pre-tests is gebleken dat dit de effecten zijn die je met de Middelen kunt bereiken.
- Waarom je juist deze Doelgroepen/ Segmenten/ Persona’s hebt gekozen; namelijk: omdat uit de pre-tests is gebleken dat deze Boodschap, Content, Middelen en Afzenders. deze specifieke effecten hebben bij mensen met deze specifieke kenmerken. (Bij sommige Doelgroepen/ Segmenten/ Persona’s is het Acceptabel om alleen Kennis te veranderen, bij anderen is het Realistisch om Houding te veranderen.)
- In je Budget voor de Campagne aangeeft welke voorgestelde Middelen écht noodzakelijk zijn en welke eventueel weggelaten kunnen worden om toch nog een Acceptabel effect te behalen.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Veel kandidaten vergeten te beargumenteren waar de percentages in de Doelstellingen vandaan komen.
- Beargumenteer waarom deze percentages Acceptabel zijn, doordat ze ervoor zullen zorgen dat de Marketingdoelstellingen/ HRM-doelstellingen en Organisatiedoelstellingen zullen worden behaald.
- Beargumenteer waarom deze percentages Realistisch zijn, bijvoorbeeld door de resultaten van een nul-meting te laten zien:
- Welke percentages van de Doelgroepen/ Segmenten/ Persona’s hebben nu vóór de Campagne welke Kennis, Houding en Gedrag?
- Vaak is het handig om de percentages terug te rekenen naar aantallen:
- Hoeveel mensen moeten uiteindelijk hoeveel producten gaan kopen, zodat de gestelde Marketingdoelen behaald zullen worden?
- Hoeveel mensen moeten gaan solliciteren, zodat de gestelde HRM-doelen behaald zullen worden?
- Hoe concreter hoe beter: als de opdrachtgever aangeeft dat er ‘te weinig’ sollicitanten zijn, of dat er ‘te weinig’ wordt verkocht, probeer dan te achterhalen hoeveel ‘genoeg‘ is.
- Achterhaal ook waarom dit ‘genoeg’ is. Wordt er bijvoorbeeld uitgegaan van een verwacht percentage geschikte kandidaten? Wordt er uitgegaan van een bepaald percentage winstmarge?
- Hoeveel extra producten moeten er verkocht worden om het Budget voor de Campagne terug te verdienen?
Hoe scoor je op ‘Competentie 6 Doelgroepgericht’?
De ‘Competentie 6 Doelgroepgericht’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Maakt geen doelgroep segmentatie. | Maakt een beperkte doelgroep segmentatie, maar er is geen logische samenhang met de oplossingen, activiteiten en acties. | Maakt een doelgroep segmentatie, met gedeeltelijke logische samenhang met de oplossingen, activiteiten en acties. Of kan dit op aanwijzen tijdens het gesprek nog toelichten. | Maakt een doelgroep segmentatie, met logische samenhang met de oplossingen, activiteiten en acties. | Maakt een doelgroep segmentatie, met logische samenhang met de oplossingen, activiteiten en acties. Keuzes worden beargumenteerd, al dan niet op vraag van examinatoren. |
Scoor op de ‘Competentie 6 Doelgroepgericht’, door:
- Segmenteer de Doelgroep van de Campagne, maak bijvoorbeeld Persona’s.
- Bedenk per Segment/ Doelgroep/ Persona oplossingen, activiteiten en acties.
- Beargumenteer keuzes voor oplossingen, activiteiten en acties. Hierbij helpt het als jij je kunt inleven in de Doelgroep, probeer in de schoenen te gaan staan van iemand uit de Doelgroep, of probeer zelfs in zijn huid te kruipen.
- Daarvoor is het nodig dat je onderzoek doet. Op zijn minst desk-research, maar liefst interviews en eventueel een enquete.
- Denk dus vanuit de doelgroep: Outside-in en vul niet in wat zij volgens jou vinden: NIVEA-principe.
- Maak duidelijk dat de Communicatie-effecten plaatsvinden bij de Doelgroep. Beargumenteer waarom de voorgestelde oplossingen, activiteiten en acties zullen leiden tot verandering van Kennis, Houding, Gedrag bij deze specifieke Doelgroepen/ Segmenten/ Persona’s.
- Als je Pre-tests doet, laat je zien dat je écht geïnteresseerd bent in de Doelgroep, dat je écht probeert om zijn huid te kruipen, zodat je kunt voorspellen hoe hij zal reageren op jouw Campagnestrategie.
- Gebruik de resultaten uit deze pre-tests om te beargumenteren waarom je juist deze Doelgroepen/ Segmenten/ Persona’s hebt gekozen. Namelijk: omdat uit de pre-tests is gebleken dat deze Boodschap, Content, Middelen en Afzenders deze specifieke effecten hebben bij mensen met deze specifieke kenmerken. (Dus specifiek déze Doelstellingen kunnen bereikt worden bij specifiek deze Doelgroepen)
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Vaak wordt gedacht dat ‘de doelgroep’ die de opdrachtgever geeft, automatisch ook ‘de doelgroep’ voor de Campagne is. Echter, de opdrachtgever geeft meestal aan wat volgens hém de doelgroep moet zijn voor het oplossen van zijn Marketingdoelstelling, HRM-doelstelling of Organisatiedoelstelling.
- Als je een analyse maakt van de DMU (Decision Making Unit) of de Rollen in het Beslissingsproces dan kom je erachter dat verschillende mensen invloed hebben op elkaar en dat al deze mensen Communicatiedoelgroepen kunnen zijn. Elk van deze Communicatiedoelgroepen kan met een iets andere Campagnestrategie worden beïnvloed.
- Als je ‘de doelgroep’ die de opdrachtgever geeft, klakkeloos overneemt – zonder analyse die leidt tot segmentatie – dan maak je waarschijnlijk een Campagneplan voor de Marketingdoelgroep/ HRM-doelgroep/ Organisatiedoelgroep.
- Dan is er geen logische samenhang met de oplossingen, activiteiten en acties, enerzijds en de doelgroep-segmentatie anderzijds. Dus scoor je geen voldoende.
- Beargumenteer waarom je bepaalde segmenten met een specifiek Campagneplan wil bereiken (dus een Boodschap, Middelenmix en Afzender, specifiek voor dit segment/ deze Doelgroep).
- Hoe concreter hoe beter: als de opdrachtgever aangeeft wat volgens hem de Doelgroep is, maak deze dan zo concreet mogelijk.
- Maak bijvoorbeeld een Persona (eventueel samen met de opdrachtgever).
- Dan kun je erachter komen dat het bijvoorbeeld uitmaakt of iemand man of vrouw is, hoog of laag opgeleid, uit een stad of uit een dorp, bekend met het merk of niet, positieve houding t.o.v het merk of niet, vaste klant, of niet, etc.
Je scoort op de volgende competenties vooral met je presentatie. Zie ook: Tips voor een goede presentatie.
Hoe scoor je op ‘Competentie 7 Communicatief vaardig’?
De ‘Competentie 7 Communicatief vaardig’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Kan gedachten niet duidelijk onder woorden brengen. | Heeft moeite met gedachten duidelijk onder woorden te brengen. | Kan gedachten onder woorden brengen. | Kan gedachten goed onder woorden brengen. | Brengt makkelijk gedachten goed onder woorden. |
| Geen interactie met examinatoren. | Weinig interactie met examinatoren. | Wisselende interactie met examinatoren. | Goede interactie met examinatoren. | Goede interactie met examinatoren, anticipeert op vragen. |
| Onvoldoende beheersing Nederlandse taal (onjuist woordgebruik, grammaticaal niet correct). | Matige beheersing Nederlandse taal (beperkte woordenschat, grammaticaal eenvoudig. | Voldoende beheersing Nederlandse taal (voldoende woordenschat, grammaticaal niveau passend bij gemiddeld gespreksniveau). | Goede beheersing Nederlandse taal (passend woordgebruik, grammaticaal correct). | Zeer goede beheersing Nederlandse taal (woordgebruik en grammatica toepassing versterken de argumentatieopbouw in het gesprek). |
| Verwarde lichaamstaal. | Heeft het moeilijk met lichaamstaal. | Lichaamstaal in overeenstemming met het verbale lichaamstaal. | Heeft een uitgesproken lichaamstaal. | Heeft een uitgesproken lichaamstaal, met een duidelijke synchronisatie tussen lichaamstaal en het verbale. Komt zelfverzekerd over. |
| Opbouw en structuur van tekst leiden tot onduidelijkheid. | Opbouw en structuur van tekst zijn niet altijd logisch. | Sobere opbouw en structuur van de tekst maken de boodschap duidelijk. | De opbouw en structuur van de tekst maken de boodschap duidelijk. | Heldere opbouw en structuur van de tekst maken de boodschap zeer duidelijk. |
| Geen cijfermatige onderbouwing en geen presentatie van de cijfers. | Onjuiste of onlogische cijfermatige onderbouwing en beperkte presentatie van de cijfers. | Cijfermatige onderbouwing en (zeer) beperkte presentatie van de cijfers. | Correcte cijfermatige onderbouwing en beperkte presentatie van de cijfers. | Correcte cijfermatige onderbouwing en goede presentatie van de Keuzes worden (op uitvraag van de examinator) beargumenteerd. |
| De presentatie is geen ondersteuning van het betoog, kent een slechte of onlogische opbouw. | De presentatie kent een matige opbouw en visualisering, is weinig creatief. | De presentatie kent een goede opbouw maar visualisering is weinig creatief. | De presentatie is gestructureerd, goede visualisatie en heldere indeling. | De presentatie is gestructureerd, goede visualisatie, indeling, tijdverdeling, aantal sheets, background en lettertype zijn goed gekozen. |
Scoor op de ‘Competentie 7 Communicatief vaardig’, door:
- Je scoort op de ‘Competentie 7 Communicatief vaardig’, vooral tijdens de presentatie, maar je rapport kan ook meewegen. Bijvoorbeeld:
- Beheersing Nederlandse taal.
- Opbouw en structuur van de tekst.
- Cijfermatige onderbouwing en presentatie van de cijfers.
- Visualisering.
- Je “kan je gedachten goed onder woorden brengen” als aan het eind van je presentatie duidelijk is wat je Campagneplan is en als duidelijk is waarom dot een goed plan is.
- Zorg er daarom voor dat dit duidelijk wordt in je presentatie.
- Zorg ervoor dat dit binnen 10 minuten gebeurt, want de menselijke geest kan zich maar 10 minuten goed concentreren.
- Oefen je presentatie, zodat je deze vlot en binnen de tijd verloopt.
- Zorg voor “Goede interactie met examinatoren”, bijvoorbeeld door:
- Aan het begin en/ of tijdens de presentatie iets aan de examinatoren te vragen; zorg er dus voor dat je niet alleen zendt, maar ook ontvangt.
- Je kunt aan het eind van de presentatie een hand-out geven (liever niet aan het begin, want dat leidt af).
- Na de presentatie gaan de examinatoren vragen stellen, luister goed naar wat ze vragen en geef helder antwoord. Oefen dit eventueel ook met iemand.
- De “Nederlandse taal” moet goed zijn in de slides. Laat deze eventueel door iemand controleren die goed is in taal.
- Met je “Lichaamstaal” kom je zelfverzekerder over, als je de presentatie een paar keer geoefend hebt met een publiek van bekenden. Laat hen eerlijke feedback geven.
- De “Heldere opbouw en structuur van de tekst maken de boodschap zeer duidelijk”; de volgende tips kunnen helpen:
- Niet te veel tekst op een slide.
- Lees de slides niet voor.
- Bulletlists maken in één oogopslag wat je bedoelt. Zet niet meer dan circa 7 bullets onder elkaar.
- Ook tabellen en figuren zijn zeer verhelderend.
- Plaatjes (bijvoorbeeld van een geïnterviewde, met een citaat) zeggen meer dan 100 woorden.
- De “Correcte cijfermatige onderbouwing en presentatie van de cijfers.” ligt in lijn met je scriptie: zorg ervoor dat de cijfers kloppen en onderbouwd zijn in je scriptie en presenteer deze duidelijk in je presentatie.
- Onderbouw bijvoorbeeld waar de percentages/ aantallen vandaan komen in je Communicatiedoelstellingen en KPI’s, etc.
- Om te scoren op “De presentatie is gestructureerd, goede visualisatie en heldere indeling.” kunnen de volgende tips helpen:
- Toon aan het begin van je presentatie een slide met de inhoud van je presentatie (hiervóór kun je beginnen met een binnenkomer, om contact te maken met de examinatoren).
- Vat aan het eind de hoofdpunten van je plan samen.
- Zorg voor een mooie en unieke lay-out, bijvoorbeeld in de huisstijl van de opdrachtgever, of in de huisstijl van jezelf.
- Je kan met je scriptie scoren op ‘Competentie 4 Creatief en innovatief vermogen’ met tekst en beeld die je hebt gecreëerd; in de presentatie kun je daarmee opnieuw scoren bij “visualisatie”.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Enerzijds is je scriptie de basis voor je presentatie, anderzijds kun je ervan uitgaan dat de examinatoren je scriptie al hebben gelezen en beoordeeld. Zorg er daarom voor dat je presentatie nieuwswaarde heeft. Denk bijvoorbeeld aan:
- Concrete uitwerking van onderdelen van je plan, middelen en/ of content.
- Aanvullend onderzoek dat je hebt gedaan nadat je de scriptie hebt ingeleverd (geef bronnen, plaats en tijd waarop interviews zijn gehouden, etc.)
- Aanvullende inzichten die je hebt gekregen nadat je de scriptie hebt ingeleverd (leg wel uit hoe je deze inzichten hebt gekregen, noem zo mogelijk bronnen).
- Aanvullende reflectie op de inhoud van je scriptie en het proces dat geleid heeft tot je scriptie.
- etc.
- Je mag zelf kiezen of je staand of zittend presenteert, maar staand komt energieker over en geeft de examinatoren vaak een meer positief gevoel.
Hoe scoor je op ‘Competentie 8 Overtuigingskracht – assertiviteit’?
De ‘Competentie 8 Overtuigingskracht – assertiviteit’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Heeft geen eigen mening. Blijft defensief en vaag. | Heeft een eigen mening indien een voorzetje wordt gegeven. | Heeft een eigen mening. | Durft eigen idee te verdedigen. | Zelfs waar zijn/haar mening niet verwacht wordt, wil hij- zij de examinatoren voor zijn/haar idee winnen. |
| Kan de examinatoren niet overtuigen. Wordt keer op keer zelf overtuigd. | Heeft het moeilijk om examinatoren te overtuigen. | Kan de op sommige vlakken examinatoren overtuigen. | Kan de examinatoren overtuigen. | Durft actie te ondernemen om examinatoren te overtuigen. |
| Heeft geen beheersing van vaktermen: begrijpt niet waar het over gaat. | Heeft slechte beheersing van vaktermen: begrijpt slecht waar het over gaat. | Heeft matige beheersing van vaktermen: haalt regelmatig vaktermen door elkaar. | Heeft goede beheersing van vaktermen: begrijpt vaktermen. | Heeft uitstekende beheersing van vaktermen: begrijpt vaktermen en past ze op de juiste manier toe. |
Scoor op de ‘Competentie 8 Overtuigingskracht – assertiviteit’ , door:
- Tijdens de presentatie scoor je op de ‘Competentie 8 Overtuigingskracht – assertiviteit’.
- Durf je eigen idee te verdedigen, maar zorg er wél voor dat dit een goed idee is!
- Met een goed idee – en een goed onderbouwd idee – kun je de examinatoren overtuigen.
- Bereid je ideeën daarom goed voor door ze te onderbouwen met het onderzoek en analyse dat je voor je scriptie doet.
- Test je ideeën door ze eerst presenteren aan anderen (collega’s, vrienden, opdrachtgever), voordat je ze presenteert aan de examinatoren. Of test je ideeën in een pre-test.
- Zorg ervoor dat je de juiste vaktermen kent en begrijpt. Het schrijven van een scriptie is daarvoor een goede voorbereiding. Toepassen van het ‘Strategisch Communicatieplan voor een Campagne‘ kan hierbij helpen.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Vasthouden aan een slecht idee kunnen de examinatoren interpreteren als ‘star’.
Hoe scoor je op ‘Competentie 9 Reflectievermogen’?
De ‘Competentie 9 Reflectievermogen’ wordt beoordeeld met:
| Onvoldoende | Matig | Voldoende | Goed | Zeer goed |
| Ontwikkelt zich niet door reflectie of beoordeling van eigen (leer)resultaten. Laat geen vermogen tot reflectie en/of zelfbeoordeling zien. | Ontwikkelt zich enigszins door reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten. Laat weinig reflecterend vermogen en/of zelfbeoordeling zien. Geeft weinig inzicht in leerresultaten. | Ontwikkelt zich door reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten. | Ontwikkelt zich door goede reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten. Helder verwoord en geeft inzicht in leerresultaten. | Ontwikkelt zich door goede reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten. Heeft goed vermogen tot reflectie en is in staat tot het beoordelen van het eigen leerproces. Kan dit goed en helder verwoorden, en de leerresultaten zijn duidelijk. |
Scoor op de ‘Competentie 9 Reflectievermogen’, door:
- Je kunt hier terugkijken op wat je wist en kon vóórdat je begon aan je scriptie en wat je nu weet en kunt.
- Het maakt bijvoorbeeld een goede indruk als je plan – of delen ervan – al zijn gerealiseerd.
- Nu het schrijven van je scriptie achter de rug is, kun je vertellen wat er goed aan je scriptie is en wat je een volgende keer beter kunt doen.
- Tevens kun je vertellen wat er goed ging aan het proces van het schrijven (en eventueel realiseren van het plan – of delen ervan), onderzoeken, analyseren, overleggen; plus wat je een volgende keer kunt doen om dit proces beter te laten verlopen.
- Eventueel kun je leerdoelen en/ of persoonlijke ontwikkeldoelen formuleren op basis van je evaluaties.
Vermijd de volgende ‘fouten’:
- Misschien heb je het gevoel dat je niets hebt geleerd van het schrijven van je scriptie en het daarbij behorende onderzoek en analyse.
- Denk dan nog eens goed na of je niet tóch iets hebt geleerd over het presenteren van je resultaten en het meekrijgen van collega’s en leidinggevenden.
- Misschien is het je nog niet gelukt om collega’s en leidinggevenden mee te krijgen. Misschien is het nog niet gelukt om je plan – of delen ervan – te realiseren. Evalueer dan waaraan dit ligt en wat je er een volgende keer aan kunt doen.
- Als je leerdoelen en/ of persoonlijke ontwikkeldoelen formuleert, moeten ze duidelijk voortkomen uit de voorgaande evaluaties.
Nima A Communicatie: NLQF niveau 4, vergelijkbaar met MBO 4 en HAVO
Volgens de NIMA A2 Communicatie Exameneisen is het diploma NIMA A Communicatie ingeschaald op NLQF niveau 4, dus vergelijkbaar met MBO 4 en HAVO.

